Bartholomeus Van Herle

IDnr.4887, ° voor 1590, + na 7 augustus 1651
VaderN. Van Herle1 ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
MoederMarie Picken ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
DoopselBartholomeus Van Herle werd gedoopt voor 1590 te Lummen? [België].1 
EigendomAnna Clockluijers verkocht, samen met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, een goed aan Bartholomeus Van Herle volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 9 juli 1648. Deze verwijst ook naar Petrus Clockluijers, Jacop Wagemans, Jan Prels, Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel, Henrick Swijsen en Peter Aerdts als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Aerdt Clockluijers, Anna Leijten, Marie Picken en Maria Van Herle. De akte luidt als volgt: 'De kinderen van Aerdt Clockluyders ghichten de kinderen van Marie Picken.
Anna Clockluyders vervangende Maria en Catarina Clockluyders, beiden present met de interventie van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans, dragen goederen op. Eerst had hun vader Aerdt Clockluyders zijn tochtrecht (vruchtgebruik) aan zijn kinderen afgestaan. Ze dragen op tot behoef van de erfgenamen van Marie Picken, die daarvoor ter gichte komen. Pontpenningen mits twee derde delen Loons zijn 8 gulden 2 stuivers.
Condities. Omdat Marie Picken zaliger, moeder van Bertholomeus en Christiaen van Herle, en schoonmoeder van Matteus Postelmans man en momber van Marie, Aerdt Frerix in de naam van zijn kinderen verwekt bij wijlen Marie Van Herle en Eustachius Timmermans man en momber van Christina Van Herle bij purgement gedaan tegen Jan Prels als crediteur hypotecair bepaalde goederen had verkregen die in Groenlaren gelegen zijn en die in de wandeling ‘het Baens Bloexken’ genoemd worden, die in eigendom waren van Anna, Marie en Catharina Clockluyders die verwekt zijn uit de schoot van Anna Leyten en Aerdt Clockluyders, en waarvan het vruchtgebruik toebehoorde aan de vader Aerdt Clockluyders, hebben ze Prels handvulling gedaan van de verlopen van zijn rente waarvoor de evictie gebeurd was. Omdat aan de kinderen van Aerdt Clockluyders als tochtenaar na zijn dood pleno jure dominij zouden vervallen een stuk land genaamd ‘den Linden Morttel’, een ander onder het Bercken Bosken op ‘den voetpat’ gelegen onder het Lindekens Velt, verder nog een perceel gelegen in den Linden Morttel hadden ze deze goederen gesteld in de handen van Marie Picken om zo verdere lasten te vermijden, zowel voor de Loonse als voor de Brabantse justitie in Lummen. Opdat de kinderen deze goederen later toch in handen zouden kunnen krijgen, zouden ze alle verlopen ‘arriragien’ moeten betalen aan Jan Prels ‘deur haere moedere verschoten’, de kosten van evictie en andere hofrechten zoals gichtgeld. Ze hebben met raad en instemming van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans besloten om deze goederen publiek te verkopen met ontsteken en branden van de kaars. Op volgende condities: de kinderen zullen al hun rechten verkopen op deze goederen, met hogen van 2 gulden te verdelen tussen hoger en verkopers. De koper moet aan de erfgenamen van Marie Picken voor het mesten, dryven en bezaaien van de landen voor het ploegrecht de helft van de opbrengst van de vruchten geven, met alle ‘voor verloopen arrivagien der renten die sij daerop sijn hebbende’ en bovendien alle rechtsonkosten, zowel van purgement door Prels als andere. De koopsom moet op datum van gichte betaald worden, 9 juli 1648, of ervoor rente bekennen tegen den penninck twintick (5%) en bovendien godsgeld 1 halve reael, lijcoop naer landtcoop en alle andere hoffrechten, schrijfgeld van deze conditie met het dubbel 8 schellingen. Anders: boete (op pene van reele executie als wesende eene schult met vollen recht verryckt).
Op 9 juli 1648 kregen de erfgenamen van Marie Picken de handslag voor 150 gulden boven drinkgeld en vacatien voor hun mombers 8 cruys pattacons. Verder nog 7 gulden aan Jan Lynen die ze hem schuldig zijn van ‘gepromereerden loon’ en 3 gulden door Aerdt Clockluijders aan rechten gegeven om een affgeboth ter verwerven zowel in het Loons als in het Brabants. Daarop hebben ze nog 25 hogen gesteld. Aerdt Gielis zette daarop nog 3 hogen, de erfgenamen voorschreven nog 10 hogen. Aerdt Gielis nog 3 hogen, de erfgenamen nog 10 hogen. Getuigen: Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel. Ondertekend: Henricus Swysen. Voor de overeenkomst met het origineel tekent secretaris Petrus Aerts.
Op 9 juli werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen en bij de uitgang ervan verbleef de koop aan Bertolomees Van Herle cum suis.1'
 
LeningDe leningsovereenkomst van Barbara Claes, samen met Anna Clockluijers, met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, geacteerd te Lummen [België] op 18 februari 1649, verwijst naar Bartholomeus Van Herle als betrokken partij; 200 gulden.2 
EigendomJan Aerdts en Bartholomeus Aerdts verkopen, samen met Henricus Aerts, Arnoldus Fredrix, Agnes Aerdts, Machiel Wevers, Maria Aerdts, Joannes Aerts en Catharina Aerdts, een goed aan Bartholomeus Van Herle volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 7 augustus 1651. Deze verwijst ook naar Petrus Clockluijers als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Wilboerdt Aerdts. De akte luidt als volgt: 'Jan en Berthelomees Aerdts, Henrick Aerdts, Aerdt Frerix als man en momber van Agnes Aerdts, Machiel Wevers als man en momber van Marie Aerdts, de voorschreven Jan als momber van Jan Aerdts en Bertholomees Aerdts als momber van Catharina Aerdts, onmondige kinderen van Wilboerdt Aerdts zaliger die de broer was van de voorschreven Agnees, Jan, Henric, Bartholomeeus, dragen op tot behoef van Bertholomees Van Herle een stuk broek onder Ghestel gelegen genaamd ‘het Steensel Broeck’. Voor prijs en condities zoals in de proclamatie.
Condities. Ze verkochten het perceel broek in Ghestel ‘het Steensel Broeck’, volgens hun verklaring, op 27 juli 1651 in aanwezigheid van getuige Peeter Clockluyders. Het grenst Machiel Tonis, de erfgenamen Jan Heskens en Oreaen Shooghen. Het werd verkocht met kaarsbranding en hogen van telkens 2 gulden te verdelen tussen verkopers en hogers half en half. De laatste hoger moet alle onkosten betalen, zoals lycoop naer landtcoop, godspenninck 5 stuivers, pontgeld, gicht- en kaarsgeld, conditiegeld en hogen. De koopsom moet betaald worden op dag van gichten. Belast met servituten en des heeren chyns, namelijk 1 blanck oft braspenninck jaarlijks aan de Loonse heer.
Op 7 augustus bood Bartholomees Van Herle 250 ‘hooghen’ en hij heeft daarop 20 hogen gesteld. Jan Lambrechts nog 2, Bertolomees Van Herle nog 1. Op 7 augustus is het goed met de uitgang van de kaars verbleven aan Bertholomees Van Herle.3'
 
OverlijdenHij overleed na 7 augustus 1651 te Lummen? [België].3 

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.139v.
  2. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, 1649, p.182.
  3. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.268v.

Bartholomeus Van Herle

IDnr.5575, ° voor 1705, + na 21 november 1727
DoopselBartholomeus Van Herle werd gedoopt voor 1705 te Diepenbeek? [België].1 
DoopselHij was peter bij het doopsel van Guillielmus Auwerckx op 21 november 1727 te Diepenbeek [België].1 
OverlijdenHij overleed na 21 november 1727 te Diepenbeek? [België].1 

bronvermelding(en)

  1. [S61] DVD 2015, PRO-GEN Gebruikersgroep Limburg, parochieregisters Diepenbeek.

Christiaen Van Herle

IDnr.4888, ° voor 1595, + na 18 februari 1649
VaderN. Van Herle1 ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
MoederMarie Picken ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
DoopselChristiaen Van Herle werd gedoopt voor 1595 te Lummen? [België].1 
EigendomAnna Clockluijers verkocht, samen met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, een goed aan Christiaen Van Herle volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 9 juli 1648. Deze verwijst ook naar Petrus Clockluijers, Jacop Wagemans, Jan Prels, Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel, Henrick Swijsen en Peter Aerdts als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Aerdt Clockluijers, Anna Leijten, Marie Picken en Maria Van Herle. De akte luidt als volgt: 'De kinderen van Aerdt Clockluyders ghichten de kinderen van Marie Picken.
Anna Clockluyders vervangende Maria en Catarina Clockluyders, beiden present met de interventie van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans, dragen goederen op. Eerst had hun vader Aerdt Clockluyders zijn tochtrecht (vruchtgebruik) aan zijn kinderen afgestaan. Ze dragen op tot behoef van de erfgenamen van Marie Picken, die daarvoor ter gichte komen. Pontpenningen mits twee derde delen Loons zijn 8 gulden 2 stuivers.
Condities. Omdat Marie Picken zaliger, moeder van Bertholomeus en Christiaen van Herle, en schoonmoeder van Matteus Postelmans man en momber van Marie, Aerdt Frerix in de naam van zijn kinderen verwekt bij wijlen Marie Van Herle en Eustachius Timmermans man en momber van Christina Van Herle bij purgement gedaan tegen Jan Prels als crediteur hypotecair bepaalde goederen had verkregen die in Groenlaren gelegen zijn en die in de wandeling ‘het Baens Bloexken’ genoemd worden, die in eigendom waren van Anna, Marie en Catharina Clockluyders die verwekt zijn uit de schoot van Anna Leyten en Aerdt Clockluyders, en waarvan het vruchtgebruik toebehoorde aan de vader Aerdt Clockluyders, hebben ze Prels handvulling gedaan van de verlopen van zijn rente waarvoor de evictie gebeurd was. Omdat aan de kinderen van Aerdt Clockluyders als tochtenaar na zijn dood pleno jure dominij zouden vervallen een stuk land genaamd ‘den Linden Morttel’, een ander onder het Bercken Bosken op ‘den voetpat’ gelegen onder het Lindekens Velt, verder nog een perceel gelegen in den Linden Morttel hadden ze deze goederen gesteld in de handen van Marie Picken om zo verdere lasten te vermijden, zowel voor de Loonse als voor de Brabantse justitie in Lummen. Opdat de kinderen deze goederen later toch in handen zouden kunnen krijgen, zouden ze alle verlopen ‘arriragien’ moeten betalen aan Jan Prels ‘deur haere moedere verschoten’, de kosten van evictie en andere hofrechten zoals gichtgeld. Ze hebben met raad en instemming van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans besloten om deze goederen publiek te verkopen met ontsteken en branden van de kaars. Op volgende condities: de kinderen zullen al hun rechten verkopen op deze goederen, met hogen van 2 gulden te verdelen tussen hoger en verkopers. De koper moet aan de erfgenamen van Marie Picken voor het mesten, dryven en bezaaien van de landen voor het ploegrecht de helft van de opbrengst van de vruchten geven, met alle ‘voor verloopen arrivagien der renten die sij daerop sijn hebbende’ en bovendien alle rechtsonkosten, zowel van purgement door Prels als andere. De koopsom moet op datum van gichte betaald worden, 9 juli 1648, of ervoor rente bekennen tegen den penninck twintick (5%) en bovendien godsgeld 1 halve reael, lijcoop naer landtcoop en alle andere hoffrechten, schrijfgeld van deze conditie met het dubbel 8 schellingen. Anders: boete (op pene van reele executie als wesende eene schult met vollen recht verryckt).
Op 9 juli 1648 kregen de erfgenamen van Marie Picken de handslag voor 150 gulden boven drinkgeld en vacatien voor hun mombers 8 cruys pattacons. Verder nog 7 gulden aan Jan Lynen die ze hem schuldig zijn van ‘gepromereerden loon’ en 3 gulden door Aerdt Clockluijders aan rechten gegeven om een affgeboth ter verwerven zowel in het Loons als in het Brabants. Daarop hebben ze nog 25 hogen gesteld. Aerdt Gielis zette daarop nog 3 hogen, de erfgenamen voorschreven nog 10 hogen. Aerdt Gielis nog 3 hogen, de erfgenamen nog 10 hogen. Getuigen: Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel. Ondertekend: Henricus Swysen. Voor de overeenkomst met het origineel tekent secretaris Petrus Aerts.
Op 9 juli werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen en bij de uitgang ervan verbleef de koop aan Bertolomees Van Herle cum suis.1'
 
LeningDe leningsovereenkomst van Barbara Claes, samen met Anna Clockluijers, met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, geacteerd te Lummen [België] op 18 februari 1649, verwijst naar Christiaen Van Herle als betrokken partij; 200 gulden.2 
OverlijdenHij overleed na 18 februari 1649 te Lummen? [België].2 

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.139v.
  2. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, 1649, p.182.

Cristina Van Herle

IDnr.4889, ° voor 1595, + na 18 februari 1649
VaderN. Van Herle1 ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
MoederMarie Picken1 ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
DoopselCristina Van Herle werd gedoopt voor 1595 te Lummen? [België].1 
HuwelijkZij huwde met Eustachius Timmermans voor 9 juli 1648 te Lummen? [België].1 
EigendomAnna Clockluijers verkocht, samen met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, een goed aan Cristina Van Herle volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 9 juli 1648. Deze verwijst ook naar Petrus Clockluijers, Jacop Wagemans, Jan Prels, Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel, Henrick Swijsen en Peter Aerdts als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Aerdt Clockluijers, Anna Leijten, Marie Picken en Maria Van Herle. De akte luidt als volgt: 'De kinderen van Aerdt Clockluyders ghichten de kinderen van Marie Picken.
Anna Clockluyders vervangende Maria en Catarina Clockluyders, beiden present met de interventie van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans, dragen goederen op. Eerst had hun vader Aerdt Clockluyders zijn tochtrecht (vruchtgebruik) aan zijn kinderen afgestaan. Ze dragen op tot behoef van de erfgenamen van Marie Picken, die daarvoor ter gichte komen. Pontpenningen mits twee derde delen Loons zijn 8 gulden 2 stuivers.
Condities. Omdat Marie Picken zaliger, moeder van Bertholomeus en Christiaen van Herle, en schoonmoeder van Matteus Postelmans man en momber van Marie, Aerdt Frerix in de naam van zijn kinderen verwekt bij wijlen Marie Van Herle en Eustachius Timmermans man en momber van Christina Van Herle bij purgement gedaan tegen Jan Prels als crediteur hypotecair bepaalde goederen had verkregen die in Groenlaren gelegen zijn en die in de wandeling ‘het Baens Bloexken’ genoemd worden, die in eigendom waren van Anna, Marie en Catharina Clockluyders die verwekt zijn uit de schoot van Anna Leyten en Aerdt Clockluyders, en waarvan het vruchtgebruik toebehoorde aan de vader Aerdt Clockluyders, hebben ze Prels handvulling gedaan van de verlopen van zijn rente waarvoor de evictie gebeurd was. Omdat aan de kinderen van Aerdt Clockluyders als tochtenaar na zijn dood pleno jure dominij zouden vervallen een stuk land genaamd ‘den Linden Morttel’, een ander onder het Bercken Bosken op ‘den voetpat’ gelegen onder het Lindekens Velt, verder nog een perceel gelegen in den Linden Morttel hadden ze deze goederen gesteld in de handen van Marie Picken om zo verdere lasten te vermijden, zowel voor de Loonse als voor de Brabantse justitie in Lummen. Opdat de kinderen deze goederen later toch in handen zouden kunnen krijgen, zouden ze alle verlopen ‘arriragien’ moeten betalen aan Jan Prels ‘deur haere moedere verschoten’, de kosten van evictie en andere hofrechten zoals gichtgeld. Ze hebben met raad en instemming van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans besloten om deze goederen publiek te verkopen met ontsteken en branden van de kaars. Op volgende condities: de kinderen zullen al hun rechten verkopen op deze goederen, met hogen van 2 gulden te verdelen tussen hoger en verkopers. De koper moet aan de erfgenamen van Marie Picken voor het mesten, dryven en bezaaien van de landen voor het ploegrecht de helft van de opbrengst van de vruchten geven, met alle ‘voor verloopen arrivagien der renten die sij daerop sijn hebbende’ en bovendien alle rechtsonkosten, zowel van purgement door Prels als andere. De koopsom moet op datum van gichte betaald worden, 9 juli 1648, of ervoor rente bekennen tegen den penninck twintick (5%) en bovendien godsgeld 1 halve reael, lijcoop naer landtcoop en alle andere hoffrechten, schrijfgeld van deze conditie met het dubbel 8 schellingen. Anders: boete (op pene van reele executie als wesende eene schult met vollen recht verryckt).
Op 9 juli 1648 kregen de erfgenamen van Marie Picken de handslag voor 150 gulden boven drinkgeld en vacatien voor hun mombers 8 cruys pattacons. Verder nog 7 gulden aan Jan Lynen die ze hem schuldig zijn van ‘gepromereerden loon’ en 3 gulden door Aerdt Clockluijders aan rechten gegeven om een affgeboth ter verwerven zowel in het Loons als in het Brabants. Daarop hebben ze nog 25 hogen gesteld. Aerdt Gielis zette daarop nog 3 hogen, de erfgenamen voorschreven nog 10 hogen. Aerdt Gielis nog 3 hogen, de erfgenamen nog 10 hogen. Getuigen: Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel. Ondertekend: Henricus Swysen. Voor de overeenkomst met het origineel tekent secretaris Petrus Aerts.
Op 9 juli werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen en bij de uitgang ervan verbleef de koop aan Bertolomees Van Herle cum suis.1'
 
LeningDe leningsovereenkomst van Barbara Claes, samen met Anna Clockluijers, met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, geacteerd te Lummen [België] op 18 februari 1649, verwijst naar Cristina Van Herle als betrokken partij; 200 gulden.2 
OverlijdenZij overleed na 18 februari 1649 te Lummen? [België].2 

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.139v.
  2. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, 1649, p.182.

Jacop Van Herle

IDnr.935, ° voor 1625, + na 15 september 1653
DoopselJacop Van Herle werd gedoopt voor 1625 te Lummen? [België].1 
EigendomDe eigendomstransactie van Machiel Van Elderen en Catharina Tonis, samen met Henrick Antonis, met Christiaen Fredrix, Anna Cruessens en Maria Cruessen, geacteerd te Lummen [België] op 28 september 1651, verwijst naar Jacop Van Herle als betrokken partij; Voor meier en schepenen mr. Henrick Swysen en Cuypers verscheen Machiel Van Elderen, man en momber van Catharina Tonis van wie hij de toestemming zal binnenbrengen, die handelt in eigen naam en in naam van zijn zwager Henrick Antonis. Bovendien verscheen Jacop Van Herle als momber en oom van de voorschreven nog onmondige Henric. Ze dragen op tot behoef van Christiaen Fredrix als man en momber van Anna Crusens en tot behoef van Marie Crusens: huis, landen en bemden gelegen in Ghenebos tegenover "die capelle ende daerontrent ende gestaen respective". Deze goederen hebben vroeger toebehoord aan Jan Gielis alias Vischers en het werd door Sebastiaen Antonis en zijn huisvrouw Odilia Van Herle van hem gekocht. Nadien heeft Anna Smeets weduwe van Machiel Crusens deze goederen wettelijk geevinceerd voor de som van 800 gulden. Machiel Van Elderen bekent zich van deze som voor zijn deel, 400 gulden, voldaan voor het aandeel van Marie Crusens. Voor het deel van Henrix Antonij, bedragend eveneens 400 rinsgulden, heeft Christiaen Fredrix vandaag aan Jacob Van Herle als momber van Henric laten gichten en goeden een rente van 20 gulden jaarlijks, op datum van vandaag voor de Brabantse buitenjustitie. Opgemaakt door notaris Christiaen Servatij op 28.06.1651.
Cristiaen q. q. en Marie Crusens kwamen met recht ter gichte.
Solvit pro juribus in toto 6 - 1 st, omdat het extraordinarie geschied is. De minute werd geschreven door Swysen.
Akte. 28.06.1651 verschenen bij de notaris in de stad Beringen Christiaen Fredrix in Genebosch onder Lummen woonachtig en Marie Crusens wonend in Beringen. Bovendien Machiel Van Elderen als man en momber van zijn vrouw Cattlyn Tonis Sebastiaenens dochter en Jacob Van Herle als momber van Henrix Tonis Sebastiaenssone, de tweede partij. Anna Smeets, weduwe van Machiel Cruesens, had tijdens haar leven een huis en hof en andere panden uitgewonnen die in Ghenebosch onder Lummen gelegen zijn. Ze behoorden toe aan Sebastiaen Tonis erfgenamen. Wegens een rente van 36 gulden Brabants jaarlijks uitgewonnen. Daarom dragen Machiel van Elderen en Jacop Van Herle q. q. deze goederen zonder uitzondering op tot behoef van Christiaen en Marie voorschreven om ze zonder reserve te bezitten. Op dag van gichten moeten ze 800 gulden Brabants betalen of deze som op rente zetten. In geval van vernadering zullen Christiaen en Marie 2 souverainen krijgen voor hun moeite. Godsgeld 14 stuivers, lycoop 4 gulden, schrijfgeld met de copije 30 stuivers. Opgemaakt in Beringen in het woonhuis van Jacop van Herle in aanwezigheid van getuigen mr. Silvester Van Erpecum en Jan Geerts, inwoners van Beringen. Getekend door notaris Christiaen Servatij.1 
CivielrechtDe civiele rechtzaak tussen Christiaen Fredrix en Jan Geerts, geacteerd te Lummen [België] op 22 februari 1652, verwijst naar Jacop Van Herle als betrokken partij; Gelydt Christiaen Frerix op panden Jan Geerts tot Ghenebosch. Nadat Christiaen Frerix geprocedeerd had op panden van Jan Geerts, eisende daarop 7 gulden jaarlijks en verschenen voor de 3 laatste jaren, was de zaak zover gevorderd dat de schepenen de zaak oud genoeg van genachten wezen en de partijen te bedagen tot het gelydt. Op deze geprefigeerde dag van gelydt, 8 februari 1652, verzocht de klager verder recht volgens de conde die dienaar Jacop Van Herle gedaan had. Er verscheen niemand om handvulling te doen aan de klager. Er werd Frerix risch en rys geleverd in een teken van possessie en hij werd erin gegicht met ban en vrede.2 
HuwelijkHij was getuige bij het huwelijk van Cornelius Cox en Anna Fredrix op 15 september 1653 te Lummen [België]; Vader Christianus is getuige. Het huwelijk wordt ingezegend door Nicolaus Hermans.3
OverlijdenHij overleed na 15 september 1653. 

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.269v.
  2. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.307v.
  3. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, 1653, huwelijken, p.32.

Maria Van Herle1

IDnr.350, ° voor 1590, + voor 9 juli 1648
VaderN. Van Herle ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
MoederMarie Picken1 ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
kwartierstaat samensteller
DoopselMaria Van Herle werd gedoopt voor 1590 te Lummen? [België].2 
HuwelijkZij huwde met Arnoldus Fredrix, zoon van Matteeuwis Frerix en (vrouw van Matteeuwis Frerix) N., voor 1612 te Lummen? [België].3 
OverlijdenZij overleed voor 9 juli 1648 in Geneiken? Te Lummen [België].1 
EigendomDe eigendomstransactie van Anna Clockluijers, samen met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, met Bartholomeus Van Herle, Christiaen Van Herle, Arnoldus Fredrix, Eustachius Timmermans en Cristina Van Herle, geacteerd te Lummen [België] op 9 juli 1648, vermeldt eveneens Maria Van Herle; De kinderen van Aerdt Clockluyders ghichten de kinderen van Marie Picken.
Anna Clockluyders vervangende Maria en Catarina Clockluyders, beiden present met de interventie van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans, dragen goederen op. Eerst had hun vader Aerdt Clockluyders zijn tochtrecht (vruchtgebruik) aan zijn kinderen afgestaan. Ze dragen op tot behoef van de erfgenamen van Marie Picken, die daarvoor ter gichte komen. Pontpenningen mits twee derde delen Loons zijn 8 gulden 2 stuivers.
Condities. Omdat Marie Picken zaliger, moeder van Bertholomeus en Christiaen van Herle, en schoonmoeder van Matteus Postelmans man en momber van Marie, Aerdt Frerix in de naam van zijn kinderen verwekt bij wijlen Marie Van Herle en Eustachius Timmermans man en momber van Christina Van Herle bij purgement gedaan tegen Jan Prels als crediteur hypotecair bepaalde goederen had verkregen die in Groenlaren gelegen zijn en die in de wandeling ‘het Baens Bloexken’ genoemd worden, die in eigendom waren van Anna, Marie en Catharina Clockluyders die verwekt zijn uit de schoot van Anna Leyten en Aerdt Clockluyders, en waarvan het vruchtgebruik toebehoorde aan de vader Aerdt Clockluyders, hebben ze Prels handvulling gedaan van de verlopen van zijn rente waarvoor de evictie gebeurd was. Omdat aan de kinderen van Aerdt Clockluyders als tochtenaar na zijn dood pleno jure dominij zouden vervallen een stuk land genaamd ‘den Linden Morttel’, een ander onder het Bercken Bosken op ‘den voetpat’ gelegen onder het Lindekens Velt, verder nog een perceel gelegen in den Linden Morttel hadden ze deze goederen gesteld in de handen van Marie Picken om zo verdere lasten te vermijden, zowel voor de Loonse als voor de Brabantse justitie in Lummen. Opdat de kinderen deze goederen later toch in handen zouden kunnen krijgen, zouden ze alle verlopen ‘arriragien’ moeten betalen aan Jan Prels ‘deur haere moedere verschoten’, de kosten van evictie en andere hofrechten zoals gichtgeld. Ze hebben met raad en instemming van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans besloten om deze goederen publiek te verkopen met ontsteken en branden van de kaars. Op volgende condities: de kinderen zullen al hun rechten verkopen op deze goederen, met hogen van 2 gulden te verdelen tussen hoger en verkopers. De koper moet aan de erfgenamen van Marie Picken voor het mesten, dryven en bezaaien van de landen voor het ploegrecht de helft van de opbrengst van de vruchten geven, met alle ‘voor verloopen arrivagien der renten die sij daerop sijn hebbende’ en bovendien alle rechtsonkosten, zowel van purgement door Prels als andere. De koopsom moet op datum van gichte betaald worden, 9 juli 1648, of ervoor rente bekennen tegen den penninck twintick (5%) en bovendien godsgeld 1 halve reael, lijcoop naer landtcoop en alle andere hoffrechten, schrijfgeld van deze conditie met het dubbel 8 schellingen. Anders: boete (op pene van reele executie als wesende eene schult met vollen recht verryckt).
Op 9 juli 1648 kregen de erfgenamen van Marie Picken de handslag voor 150 gulden boven drinkgeld en vacatien voor hun mombers 8 cruys pattacons. Verder nog 7 gulden aan Jan Lynen die ze hem schuldig zijn van ‘gepromereerden loon’ en 3 gulden door Aerdt Clockluijders aan rechten gegeven om een affgeboth ter verwerven zowel in het Loons als in het Brabants. Daarop hebben ze nog 25 hogen gesteld. Aerdt Gielis zette daarop nog 3 hogen, de erfgenamen voorschreven nog 10 hogen. Aerdt Gielis nog 3 hogen, de erfgenamen nog 10 hogen. Getuigen: Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel. Ondertekend: Henricus Swysen. Voor de overeenkomst met het origineel tekent secretaris Petrus Aerts.
Op 9 juli werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen en bij de uitgang ervan verbleef de koop aan Bertolomees Van Herle cum suis.1 
LeningDe leningsovereenkomst van Barbara Claes, samen met Anna Clockluijers, met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, geacteerd te Lummen [België] op 18 februari 1649, vermeldt eveneens Maria Van Herle; 200 gulden.4 

Familie

Arnoldus Fredrix ° voor 1590, + tussen 26 jun 1653 en 9 jun 1654
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.139v.
  2. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 547, p.87.
  3. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, 1612, doopsels, p.87.
  4. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, 1649, p.182.
  5. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek547, 1612, doopsels, p.8.

N. Van Herle

IDnr.4886, ° voor 1570, + voor 9 juli 1648
Stamkaartenkwartierstaat samensteller
DoopselN. Van Herle werd gedoopt voor 1570 te Lummen? [België].1 
HuwelijkHij huwde met Marie Picken voor 1590 te Lummen? [België].1 
OverlijdenHij overleed voor 9 juli 1648 te Lummen? [België].1 

Familie

Marie Picken ° voor 1570, + voor 9 jul 1648
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.139v.