Arnoldus Fredrix

IDnr.349, ° voor 1590, + tussen 26 juni 1653 en 9 juni 1654
VaderMatteeuwis Frerix1 ° voor 1560
Moeder(vrouw van Matteeuwis Frerix) N. ° voor 1560, + na 1596
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
kwartierstaat samensteller
DoopselArnoldus Fredrix werd gedoopt voor 1590 te Lummen? [België]. 
HuwelijkHij huwde met Maria Van Herle, dochter van N. Van Herle en Marie Picken, voor 1612 te Lummen? [België].2 
EigendomJan Reijnders verkocht een goed aan Arnoldus Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 7 maart 1613. De akte luidt als volgt: 'Jan Reijnders, met instemming van zijn moeder en haar man zoals Geert Bosmans schepen van Beringen attesteert, draagt op tot behoef van Aerdt Frerix alias Meesters van Pael een stuk broek in Gestel gelegen. Het grenst Silvester Gatis 1), de erfgenamen Maria Peeters 2), de Winterbeeck. Dit stuk neemt zijn weg door het broek van Silvester Gatis voorschreven. Enkel belast met cijns. Voor 136 rinsgulden BB eens en 3 gulden voor de moeder van de verkoper. Op dag van gichten 40 rinsgulden betalen en de rest op Sint-Jansmesse eerstkomend. Voor de palmslag krijgt de koper 6 gulden. Godtspenninck 2 blancken, lijcop na landtcoop, schrijven van de conditie 18 stuivers. Aerdt Frerix kwam ter gichte.
Op 13 juni 1613 heeft Jan Reynders bekend dat alles betreffende deze verkoop voldaan is.3'
 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Jan Garen en Willem Vander Locht de som van 100 gulden bbl aan 6% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 13 juli 1623. De akte luidt als volgt: 'Jan Garen draagt aan zijn schoonzoon Willem Vander Locht het vruchtgebruik op van huis en hof te Oosterhoven, palende Marten Mees, Naep Pouls, de heer van Lumpmen en de straat. Willem Vander Locht, tot tocht en erfdom gekomen, leent op dat huis en hof, 100 gulden à 6%, van Aerdt Frerix van Geneijcken. Onderpand: zijn andere goederen. Willem Vander Locht stelt zijn schoonvader weer in zijn tocht.4' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Marten Claes de som van 100 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 11 maart 1627. De akte luidt als volgt: 'Marten Claes leent van Aerdt Frerix van Geneijcken 100 gulden à 5%. Pand: het Panisbloeck, palende Huijbrecht Van Peer, Peeter Tummermans, de straat naar Molem en Aerdt Reijnders.5' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Lenardt Pauwels de som van 100 rinsgulden luijcxs aan 6% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 26 mei 1636. De akte luidt als volgt: 'Lenardt Pauwels, als man en momber van Cattleijn Meeuwis, leent van Aerdt Frerix te Geneijcken 100 rinsgulden luijcxs à 6%. Pand: 1. de helft van huis en schuur op 't Oostereijnde; 2. ¼ in de hof daaraan gelegen, palende Z. de straat; O. Willem Vande Locht; W. Lenaerdt Van Eubbel erfgenamen; 3. ¼ van 4 vaten land op de Schommen, palende Willem Vande Locht, Henrick Van Herle erfgenamen, Simon Simons en Jan Kennipmaeckers ter vierder zijde. Getuigen: Vanden Berge en Aerts, schepenen.6' 
NaamvariatieHij werd ook Aerdt Meesters genoemd.7 
LeningDe leningsovereenkomst van Franciscus Jans met Henrick Swijsen, geacteerd te Lummen [België] op 1 oktober 1637, verwijst naar Arnoldus Fredrix als betrokken partij.8 
LeningDe leningsovereenkomst van Franciscus Jans met Henrick Swijsen, geacteerd te Lummen [België] op 15 november 1640, verwijst naar Arnoldus Fredrix als betrokken partij.9 
AflossingArnoldus Fredrix ontving van Baltus Vander Locht de terugbetaling van een lening aan 6 gulden intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 18 december 1642. Ze vermeldt verder ook Willem Vander Locht. De akte luidt als volgt: 'Aerdt Frerix van Genijcken kwijt de panden van de erfgenamen Willem Vander locht van een jaar rente van 6 gulden. Gekweten door Baltus Vander locht die deze schuld geërfd had.10' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Godtschalck Van Erpecum en Anna Van Elsrack de som van 150 gulden bbl aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 23 september 1644. De akte luidt als volgt: 'Godtschalck Van Erpecum als man en van momber van de instemmende Anna Van Elsrack leent van Aerdt Frerix alias Meesters van Geneijcken 150 gulden Brabants aan 5%. Pand: een hof met hoffstadt op het Westereijnde op de Swertbeeck, 3 of 4 vaten land groot. Palende W. die Swertbeeck; N. de straat; O. die steghe; Z. die Cleijn molen. Van Erpecum staat Frerix toe jaarlijks zijn geld te halen bij de pachter van de goederen. Frerix betaalde 6 ½ stuiver pro juribus.11' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Machiel Bervoets de som van 300 gulden bbl aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 9 juli 1648. De akte luidt als volgt: 'Machiel Bervoets draagt op tot behoef van Aerdt Fredrix alias Meesters van Genycken een 'beempt aent Lauw Goet' gelegen, grenzend de heer van Lauwe (Loye), de heer van Lummen en de straat. Tot pand voor een rente van 15 gulden, jaarlijks vallend op datum van gichten. Te kwijten met 300 gulden 'oepende paeye' en rente naar verloop van tijd 'ende met hondert gulden sessens ende rente naer tyts gelanck'. Aerdt Fredrix kwam met recht ter gichte. De partijen betaalden de pontpenningen half en half en Fredrix betaalde 24 stuivers hofrechten.12' 
EigendomAnna Clockluijers verkocht, samen met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, een goed aan Arnoldus Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 9 juli 1648. Deze verwijst ook naar Petrus Clockluijers, Jacop Wagemans, Jan Prels, Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel, Henrick Swijsen en Peter Aerdts als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Aerdt Clockluijers, Anna Leijten, Marie Picken en Maria Van Herle. De akte luidt als volgt: 'De kinderen van Aerdt Clockluyders ghichten de kinderen van Marie Picken.
Anna Clockluyders vervangende Maria en Catarina Clockluyders, beiden present met de interventie van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans, dragen goederen op. Eerst had hun vader Aerdt Clockluyders zijn tochtrecht (vruchtgebruik) aan zijn kinderen afgestaan. Ze dragen op tot behoef van de erfgenamen van Marie Picken, die daarvoor ter gichte komen. Pontpenningen mits twee derde delen Loons zijn 8 gulden 2 stuivers.
Condities. Omdat Marie Picken zaliger, moeder van Bertholomeus en Christiaen van Herle, en schoonmoeder van Matteus Postelmans man en momber van Marie, Aerdt Frerix in de naam van zijn kinderen verwekt bij wijlen Marie Van Herle en Eustachius Timmermans man en momber van Christina Van Herle bij purgement gedaan tegen Jan Prels als crediteur hypotecair bepaalde goederen had verkregen die in Groenlaren gelegen zijn en die in de wandeling ‘het Baens Bloexken’ genoemd worden, die in eigendom waren van Anna, Marie en Catharina Clockluyders die verwekt zijn uit de schoot van Anna Leyten en Aerdt Clockluyders, en waarvan het vruchtgebruik toebehoorde aan de vader Aerdt Clockluyders, hebben ze Prels handvulling gedaan van de verlopen van zijn rente waarvoor de evictie gebeurd was. Omdat aan de kinderen van Aerdt Clockluyders als tochtenaar na zijn dood pleno jure dominij zouden vervallen een stuk land genaamd ‘den Linden Morttel’, een ander onder het Bercken Bosken op ‘den voetpat’ gelegen onder het Lindekens Velt, verder nog een perceel gelegen in den Linden Morttel hadden ze deze goederen gesteld in de handen van Marie Picken om zo verdere lasten te vermijden, zowel voor de Loonse als voor de Brabantse justitie in Lummen. Opdat de kinderen deze goederen later toch in handen zouden kunnen krijgen, zouden ze alle verlopen ‘arriragien’ moeten betalen aan Jan Prels ‘deur haere moedere verschoten’, de kosten van evictie en andere hofrechten zoals gichtgeld. Ze hebben met raad en instemming van hun mombers Peeter Clockluyders en Jacop Wagemans besloten om deze goederen publiek te verkopen met ontsteken en branden van de kaars. Op volgende condities: de kinderen zullen al hun rechten verkopen op deze goederen, met hogen van 2 gulden te verdelen tussen hoger en verkopers. De koper moet aan de erfgenamen van Marie Picken voor het mesten, dryven en bezaaien van de landen voor het ploegrecht de helft van de opbrengst van de vruchten geven, met alle ‘voor verloopen arrivagien der renten die sij daerop sijn hebbende’ en bovendien alle rechtsonkosten, zowel van purgement door Prels als andere. De koopsom moet op datum van gichte betaald worden, 9 juli 1648, of ervoor rente bekennen tegen den penninck twintick (5%) en bovendien godsgeld 1 halve reael, lijcoop naer landtcoop en alle andere hoffrechten, schrijfgeld van deze conditie met het dubbel 8 schellingen. Anders: boete (op pene van reele executie als wesende eene schult met vollen recht verryckt).
Op 9 juli 1648 kregen de erfgenamen van Marie Picken de handslag voor 150 gulden boven drinkgeld en vacatien voor hun mombers 8 cruys pattacons. Verder nog 7 gulden aan Jan Lynen die ze hem schuldig zijn van ‘gepromereerden loon’ en 3 gulden door Aerdt Clockluijders aan rechten gegeven om een affgeboth ter verwerven zowel in het Loons als in het Brabants. Daarop hebben ze nog 25 hogen gesteld. Aerdt Gielis zette daarop nog 3 hogen, de erfgenamen voorschreven nog 10 hogen. Aerdt Gielis nog 3 hogen, de erfgenamen nog 10 hogen. Getuigen: Lambrecht Neven, Andries Vanden Morttel. Ondertekend: Henricus Swysen. Voor de overeenkomst met het origineel tekent secretaris Petrus Aerts.
Op 9 juli werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen en bij de uitgang ervan verbleef de koop aan Bertolomees Van Herle cum suis.13'
 
AflossingArnoldus Fredrix ontving van Willem Sroijen en Jacop Wessens de terugbetaling van een lening aan 9 gulden bbl intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 28 januari 1649. De akte luidt als volgt: 'Aerdt Fredrix alias Meesters kwijt de panden van Willem Sroyen en Jacop Wessens, een hof in Schalbroeck, van 9 gulden jaarlijks. Kapitaal en verlopen werden betaald. Willem en Jacop kwamen ter gichte.14' 
LeningDe leningsovereenkomst van Barbara Claes, samen met Anna Clockluijers, met Maria Clockluijers en Catarina Clockluijers, geacteerd te Lummen [België] op 18 februari 1649, verwijst naar Arnoldus Fredrix als betrokken partij; 200 gulden.15 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Henrick Swarts de som van 150 gulden bbl aan 7 gulden bbl intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 25 februari 1649. Deze verwijst ook naar Christina Hoeffmans en Peeter Smolders als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Peeter Smolders, met instemming van zijn vrouw Christina Hoeffmans zoals Swijsen heeft gerelateerd, draagt op tot behoef van Aerdt Fredrix alias Meesters van Geneycken een rente van 7 gulden jaarlijks, waarvan het kapitaal 150 gulden is. Hij trok deze rente op panden van Henrick Swarts in Linckhaudt. Verkocht voor 100 daelders Brabants eens. Aerdt zal deze rente in maart naastkomend mogen optrekken.16' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Mathias Aerts de som van 100 gulden bbl aan 5 gulden intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 17 juni 1649. De akte luidt als volgt: 'Matteeuwis Aerdts draagt op tot behoef van Aerdt Frerix van Geneycken een beempt onder Meldelaer gelegen omtrent de schanse, genaamd "den Driessen Beempt". Hij grenst Elisabeth Tonis O., Geert Alarts W., Henrick Cuypers N., des heeren straet Z., als pand voor een rente van 5 gulden jaarlijks. Valdag op datum van gichten. 'Te leggen met 100 gulden loopende paeye so dat van hant tot hant inde coopmenschap sal cours ende loop hebben sonder reflexie opde evaluatie te nemen vermidts het capitael in sullicker manieren getelt is' en met rente naar verloop van tijd. Aerdt kwam met recht ter gichte en Matteus heeft de pontpenningen en hofrechten betaald.17' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Guilielmus Bervoets de som van 200 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 24 september 1649. Ze vermeldt verder ook Matteeuwis Frerix. De akte luidt als volgt: 'Op 24 september 1649 heeft Aerdt Fredricx de panden gekweten van Willem Bervoets van een rente van 10 gulden jaarlijks op een kapitaal van 200 gulden. Deze rente behoorde vroeger toe aan Mattheis Fredricx. Aerdt Fredricx verklaart het kapitaal en de verlopen rente ontvangen te hebben uit handen van Willem Bervoets en heeft de pontpenningen betaald. De lening wordt op dezelfde voorwaarden door Aerdt Fredricx weer aan Willem Bervoets verstrekt, zij het dat deze laatste belooft de helft van het geleende kapitaal te allen tijde voor de helft te kunnen terugbetalen.18'
EigendomMathias Aerts verkocht een goed aan Arnoldus Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 7 juli 1650. Deze verwijst ook naar Geert Alarts, Eustachius Timmermans, Aerdt Dries en Joannis Frerix als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Matteeuwis Aerdts draagt op tot behoef van Aerdt Frerix van Genycken een beempt gelegen in Meldelaer. Hij is omtrent anderhalf dachmael groot en grenst de beek 1), de schansdijk van Meldelaer 2), Eustaes Timmermans 3) en Jan Pops met Willeboerdt Vanden Eynde 4). Alles volgens volgende condities. Frerix kwam met recht ter gichte.
Conditie. Degene die de palmslag krijgt, zal voor zijn kloek bod 3 pattacons krijgen. Het broek is belast met 10 gulden jaarlijks of 200 gulden aan Geert Alarts, die aan de koopsom zullen korten en met een halve braspenninck cijns en 1 alden grooten aan de armen van Lummen, die niet zullen korten. Per oort dat er eventueel meer grondcijns moet betaald worden, zal 5 stuivers korten. Op dag van gichten moet de koopsom betaald worden, met alle hogen, hofrechten, schrijfgeld 1 pattacon, lycoop naer landtcoop, godsgeld 5 stuivers.
De ‘schaer oft vroem’ van dit jaar 1649 zal de verkoper voor zich behouden. Omdat het broek is verbonden als pand voor 4 halster roggen aan de armen van Lummen, werd bij de deling van de goederen van zijn vader Matteeuwis Aerdts hiervan 2 halster bevestigd op een heuffken in Meldelaer van Mattys Joris nomine uxoris Christina Aerts, nu Jan Fredrix van Meldelaer wegens koop, en 2 halsters aan Marck Vanden Eerdenwech nomine uxoris Beatrix Aerdts met haar consorten aan een block in Reckhoven gelegen. Als verzekering voor zijn koper stelt hij als onderpand zijn grote beempt, 3 dachmael groot in Meldelaer gelegen.
Op 22 juli 1649 heeft Aerdt Frerix Matteeuwissensoen 575 gulden Brabants geboden en hiervoor kreeg hij de palmslag. Hij verbeterde de koop met 55 hogen, telkens van 2 gulden per hoge. Present Eustaes Timmermans, mr. Aerdt Vanden Berge en Jan Vander Waerden, getuigen. Eustaes Timmermans stelde nog 2 hogen, Aerdt Frerix nog 3. Attestor A. Dries.
Op 21 oktober 1649 in aanwezigheid van Aerdt Dries den jongen en de ondergeschreven A. Dries stelde Eustaes Timmermans nog 10 hogen, Aerdt Frerix nog 5.
Op 7 juli 1650 is de kaars wettelijk ontstoken en gebannen. De koop viel aan Aerd Frerix. Pontpenningen 22 - 10 stuivers.1'
 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Peter Van Singelbeeck aan resp. 3 gulden en 6 gulden bbl intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 10 november 1650. Deze verwijst ook naar Aert Vanden Berge, Thomas Jans en Peter Aerdts als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Franciscus Jans, Odilia Hoetselen en Petrus Reijnders. De akte luidt als volgt: 'Mr. Aerdt Vanden Berghe, uit kracht van procuratie hem gegeven door Tomas Jans zoon van Frans voor notaris Peeter Aerts op 24.10.1650, heeft 2 verschillende renten opgedragen tot behoef van Aerdt Fredrix van Genijcken: de ene van 3 gulden jaarlijks staande aan panden van Peeter Van Singelbeeck van Ghenebossch, die Frans Jans op 10 mei 1640 had verkregen van Odilia Hoetselen; de andere van 6 gulden jaarlijks staande aan panden van de erfgenamen Petrus Reynders van Meldelaer op een stuk genaamd 'd'Engstege'. Deze rente had Frans op 5 maart 1637 verkregen. Aerdt Frerix is ter gichte gekomen. Pontpenningen 7 gulden, 10 stuivers.19' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Peeter Van Herle de som van 200 gulden bbl aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 30 maart 1651. De akte luidt als volgt: 'Peeter Van Herle draagt op tot behoef van Aerdt Frerix alias Meesters van Geneycken de 2/3 delen in beempden op de Vloetgracht in Groelaeren, genaamd ‘die Huysdoncken’, palend Peeter Bosmans O. en Z., Vincent Reynders W. Tot pand voor een rente van 10 gulden jaarlijks, vallend op datum van gichten vanaf 1652. Te kwijten met 200 gulden Brabants eens. Solvit Peeter de pontpenningen, Frerix hofrechten 36 stuivers.20' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Henrick Truijens de som van 200 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 22 juni 1651. De akte luidt als volgt: 'Henrick Truyens draagt op tot behoef van Aerdt Frerix alias Meesters zijn huis met de gehele hof gelegen in Ghenebos, palend Jacop Schats erfgenamen O., de Veltstraet N., den Heuvel Z., tot pand voor 10 gulden jaarlijks. Valdag op datum van gichten vanaf 1652. Te leggen met 200 gulden. Henrick betaalde de pontpenningen en Aerdt de hofrechten, te weten 2 - 7 stuivers 1/2
Bijschrift: deze rente is gekweten anno 1715, 21 februari door Erasmus Teunis aan Peeter Boeten.21'
 
EigendomJan Aerdts en Bartholomeus Aerdts verkopen, samen met Arnoldus Fredrix, een goed aan Bartholomeus Van Herle volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 7 augustus 1651. Deze verwijst ook naar Petrus Clockluijers als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Wilboerdt Aerdts. De akte luidt als volgt: 'Jan en Berthelomees Aerdts, Henrick Aerdts, Aerdt Frerix als man en momber van Agnes Aerdts, Machiel Wevers als man en momber van Marie Aerdts, de voorschreven Jan als momber van Jan Aerdts en Bertholomees Aerdts als momber van Catharina Aerdts, onmondige kinderen van Wilboerdt Aerdts zaliger die de broer was van de voorschreven Agnees, Jan, Henric, Bartholomeeus, dragen op tot behoef van Bertholomees Van Herle een stuk broek onder Ghestel gelegen genaamd ‘het Steensel Broeck’. Voor prijs en condities zoals in de proclamatie.
Condities. Ze verkochten het perceel broek in Ghestel ‘het Steensel Broeck’, volgens hun verklaring, op 27 juli 1651 in aanwezigheid van getuige Peeter Clockluyders. Het grenst Machiel Tonis, de erfgenamen Jan Heskens en Oreaen Shooghen. Het werd verkocht met kaarsbranding en hogen van telkens 2 gulden te verdelen tussen verkopers en hogers half en half. De laatste hoger moet alle onkosten betalen, zoals lycoop naer landtcoop, godspenninck 5 stuivers, pontgeld, gicht- en kaarsgeld, conditiegeld en hogen. De koopsom moet betaald worden op dag van gichten. Belast met servituten en des heeren chyns, namelijk 1 blanck oft braspenninck jaarlijks aan de Loonse heer.
Op 7 augustus bood Bartholomees Van Herle 250 ‘hooghen’ en hij heeft daarop 20 hogen gesteld. Jan Lambrechts nog 2, Bertolomees Van Herle nog 1. Op 7 augustus is het goed met de uitgang van de kaars verbleven aan Bertholomees Van Herle.22'
 
EigendomMathias Aerts verkocht een goed aan Arnoldus Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 25 januari 1652. Deze verwijst ook naar Henricus Cuijpers en Goossen Goossens als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Wilboerdt Aerdts, Joannes Aerts, Catharina Aerdts en Aerdt Dries. De akte luidt als volgt: 'Matteeuwis Aerdts draagt op tot behoef van Aerdt Fredrix alias Meesters van Genycken een beempt gelegen in Meldelaer, genaamd ‘den Blancke Laeren Beempt’. Hij is omgeveer 3 dachmaelen groot en grenst des heeren straet 1), Geert Alarts 2), Henrick Cuypers 3). Voor de som en op condities zoals volgt in de proclamatie die hierna geregistreerd is. Aerdt kwam met recht ter gichte. Pontpenningen 12 gulden 6 stuivers. Solvit voor kersbrandinge 6 - 29.
Condities. De koper moet alle onkosten betreffende de koop betalen: gichtgeld, pontpenningen, kaarsbranding, roepgeld, lycoop naer landtcoop, godsgeld 5 stuivers, klerkgeld een pattacon en een halve souverain aan verkopers huisvrouw. Belast met niet-kortende grondcijns, met 200 gulden kapitaal aan de erfgenamen van Wilboerdt Aerdts van Ghenroy en met nog 200 gulden kapitaal aan Henrick Cuypers, met 300 gulden kapitaal aan Aerdt Fredrix alias Meesters van Genycken, met 2 vaten koren aan de armen van Lummen waarvan het kapitaal ook op 100 gulden wordt geschat. Deze lasten zullen allemaal aan de koopsom korten. Van deze lasten moet de verkoper de verlopen schoonmaken tot datum van gichten. Omdat de verkoper ‘in noot is van weywasch’ zal de koper dit goed aan de verkoper in huur moeten geven voor een termijn van 3 jaren, voor dezelfde prijs als de buren.
17 december 1651 bood Aerdt Fredrix van Ghneycken 950 gulden en hij heeft de koop daarvoor ontvangen. Getuigen: Henrick Wauters en Goossen Goessens. Scribent Arnoldus Dries. Opgemaakt in het huis van de verkoper op de schans van Meldelaer. Frerix stelde nog 50 hogen. Aerdt Dries stelde nog 3 hogen. Aerdt Fredrix nog 21 hogen.
Op 25 januari 1652 bood Stessen Timmermans nog 2 hogen. Present Servaes Lucas en Henrick Bervoets. Aerdt Frerix stelt nog 8 hogen.
De kaars werd op dezelfde dag wettelijk ontstoken en gebannen en de koop verbleef aan Aerdt Frerix.23'
 
AflossingArnoldus Fredrix ontving van Machiel Wevers en Maria Aerdts de terugbetaling van een lening aan 10 gulden bbl intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 8 februari 1652. De akte luidt als volgt: 'Machiel Wevers als man en momber van Marie Aerdts kwijt de panden van Arnoldi Frerix alias Meesters van Genycken, namelijk 'den Blanckelaeren Beempt' in Meldelaer, van 10 gulden jaarlijks. Kapitaal en alle verlopen werden betaald.24' 
AflossingHenricus Cuijpers ontving van Arnoldus Fredrix de terugbetaling van een lening aan 10 gulden intrest per jaar volgens een akte gemaakt op 16 mei 1652. De akte luidt als volgt: 'Henrick Cuypers kwijt Aerdt Frerix alias Meesters en zijn panden: een beempt in Meldelaer, die Aerdt van Matteeuwis Aerdts gekocht heeft. Van een rente van 10 gulden jaarlijks. Zowel kapitaal als alle verlopen werden voldaan. De eerste gichte dateert van 16 april 1649 als Matteus Aerdts aan Henrick Cuypers 10 gulden jaarlijks gicht.25' 
LeningArnoldus Fredrix leende aan Sijmon Bervoets aan 9 gulden 5 stuivers intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 27 mei 1652. Deze verwijst ook naar Wilhelmus Willems als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Willem Willems verkoopt aan Aerdt Fredrix alias Meesters een hypotheek van 9 gulden 5 stuivers jaarlijks op de Stockbeempt van Sijmon Bervoets. De hypotheek is gecreëerd op 24 juli 1642. Nu verkocht voor 185 gulden.26' 
AflossingGeert Alarts ontving van Arnoldus Fredrix de terugbetaling van een lening aan 11 gulden bbl intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 26 juni 1653. De akte luidt als volgt: 'Geert Alarts kwijt Aerdt Frerix en zijn panden, een beempt genaamd ‘die Tommelen’, van een rente van 11 gulden jaarlijks. Kapitaal en verlopen werden betaald.27' 
EigendomLambrecht Clerx verkocht een goed aan Arnoldus Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 26 juni 1653. De akte luidt als volgt: 'Lambrecht Clerx draagt tot behoef van Aerdt Frerix alias Meesters van Genycken een bos op tussen Genycken en Genebos gelegen, palend mr. Willem Neven, den Heirwech Z., de erfgenamen Aerdt Swalen O., Mattys Wellens erfgenamen 4). Voor 30 gulden Brabants eens en 2 gulden voor verkopers huisvrouw, lijcoop 1 gulden, godsgeld 1 stuiver. Niet belast dan met grondcijns.28' 
OverlijdenHij overleed tussen 26 juni 1653 en 9 juni 1654 in Geneiken? Te Lummen [België].29,30 

Familie

Maria Van Herle ° voor 1590, + voor 9 jul 1648
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.227.
  2. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, 1612, doopsels, p.87.
  3. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, register nr.78, p.141.
  4. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 57, p.244v.
  5. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 57, p.272v.
  6. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.64v.
  7. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.85.
  8. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.89.
  9. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.117v.
  10. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.132.
  11. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.142v.
  12. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, bozk 84, folio 138v.
  13. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.139v.
  14. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, folio 165.
  15. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, 1649, p.182.
  16. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, folio 171v.
  17. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, folio 188v.
  18. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1649, boek 40, p.231.
  19. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.239.
  20. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.258.
  21. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek nr. 84, 1651, p.264v.
  22. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.268v.
  23. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.292.
  24. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.300.
  25. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.327v.
  26. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, 1652, p.206.
  27. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.361.
  28. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.360v.
  29. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 589 p.17v.
  30. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, 1654, p.382v.
  31. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek547, 1612, doopsels, p.8.

Arnoldus Fredrix

IDnr.459, ° 4 februari 1735
VaderMichael Fredrix ° 17 juni 1695, + 7 augustus 1766
MoederMaria Elisabetha Opheijde ° 27 maart 1698, + 7 april 1749
Stamkaartenafstammelingen van Christiaen Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Christiaen Fredrix [boxformaat]
DoopselArnoldus Fredrix werd gedoopt op 4 februari 1735 te Lummen [België] met als peter Arnoldus Fredrix en als meter Dymphna Opheij.1 

bronvermelding(en)

  1. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 550, 1735, doopsels, p.35.

Arnoldus Fredrix

IDnr.522, ° 6 juni 1699
VaderMatthias Fredrix ° circa 1645, + na 6 juni 1699
MoederMaria Vaneerdewegh ° 10 mei 1659, + na 22 april 1711
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
DoopselArnoldus Fredrix werd gedoopt op 6 juni 1699 te Lummen [België] met als peter Mathias Jans en als meter Maria Meijnen

Arnoldus Fredrix

IDnr.526, ° 13 juli 1661, + voor 26 september 1662
VaderJoannes Fredrix ° circa 1636, + tussen 27 april 1667 en 8 april 1724
MoederMaria Van Ham ° voor 1635, + na 11 januari 1668
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
DoopselArnoldus Fredrix werd gedoopt op 13 juli 1661 te Lummen [België] met als peter Petrus Clockluijers en als meter Maria Lambrechts.1 
OverlijdenHij overleed voor 26 september 1662 te Lummen [België]. De tekst vermeldt: 'Omdat op 26.09.1662 nog een Arnoldus gedoopt wordt, is dit kind vermoedelijk gestorven voor de geboorte van de tweede zoon Arnoldus.2' 

bronvermelding(en)

  1. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 548, p.87.
  2. [S23] Parochieregisters Koersel, Rijksarchief Hasselt, boek 450, doopsels, 1662, p.134.

Arnoldus Fredrix

IDnr.546, ° 5 januari 1661
VaderArnoldus Fredrix ° circa 1626, + 2 september 1688
MoederMaria Lambrechts ° voor 1630, + na 26 oktober 1666
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
DoopselArnoldus Fredrix werd gedoopt op 5 januari 1661 te Lummen [België] met als peter Servatius Lambrechts en als meter Maria Van Eerdewegh.1 

bronvermelding(en)

  1. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 548, p.81.

Arnoldus Fredrix

IDnr.1157, + 20 juni 1727
OverlijdenArnoldus Fredrix overleed op 20 juni 1727 in Gestel te Lummen [België].1 

bronvermelding(en)

  1. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 556, p.11.

Arnoldus Fredrix

IDnr.1160, + 27 november 1748
OverlijdenArnoldus Fredrix overleed op 27 november 1748 in Gestel te Lummen [België].1 

bronvermelding(en)

  1. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 558, p.83.