Franciscus Fredrix

IDnr.3143, ° 1 maart 1740, + 12 maart 1786
VaderAndreas Fredrix1 ° 21 oktober 1705, + 5 januari 1744
MoederAleidis Gielens1 ° 27 januari 1698, + 29 december 1769
DoopselFranciscus Fredrix werd gedoopt op 1 maart 1740 te Hechtel [België] met als peter Rutgerus Tilen en als meter Helena Van de Loo.1 
EigendomFranciscus Fredrix en Catherina Voets verkopen een goed aan Antonius Gueskens volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 15 oktober 1770. Deze verwijst ook naar Mathias Zeysens als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Voor schepenen Beckers en Vander AA verkopen Franciscus Fredericx en Catharina Voets wed. Joannes Fredericx ¼ bempt 'het Teurfbrouck', in den Overslagh, afkomende van Matteus den Decker, in de wandeling zo genoemd. Palend O. Arnoldus Cnaep, W. Arnoldus Truyens, N. de beek. Verkopen aan Anthoon Geeskens voor 307 ½ gulden BBL. Betaald: 81 ½ gulden BBL. De rest, 225 gulden, te betalen binnen 2 jaar. Lijcoop drij vierdel bier, goedtsgeld 1 stuiver. Op dezelfde dag, folio 82v, bekennen de verkopers de som van 225 gulden ontvangen te hebben van Mattias Seyssens. Geeskens zal het bedrag binnen 2 jaren restitueren aan Seyssens.2' 
OverlijdenHij overleed op 12 maart 1786 te Hechtel [België] in de ouderdom van 46 jaar.3 

bronvermelding(en)

  1. [S54] Parochieregisters Hechtel, Rijksarchief Hasselt, 1358918, 1740, doopsels.
  2. [S27] Schepenbank Lummen - Brabants Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 122, 1769-1772, folio 54v.
  3. [S54] Parochieregisters Hechtel, Rijksarchief Hasselt, 1358918, overlijdens.

Frans Fredrix1

IDnr.2644, ° circa 1540, + na 5 april 1565
VaderArnout Fredrix1 ° circa 1515, + tussen 16 mei 1561 en 5 april 1565
MoederCatharina Huybens1 ° circa 1515, + tussen 5 april 1565 en 25 mei 1565
Stamkaartenafstammelingen van Arnout Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Arnout Fredrix [boxformaat]
DoopselFrans Fredrix werd gedoopt circa 1540.1 
SchenkingCatharina Huybens schenkt aan Frans Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 5 april 1565. Deze verwijst ook naar Peeter Fredrix en Jan Zwysen als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Katharina Huybens heeft zich vermomberd met Peeter Ffrericx en Jan Zwysen. Ze zijn haar met recht verleend door de Loonse meier, om haer te goeder trouwen ende ter goeder rechte daer mede te behelpen daer zy des van noede hebben sal.
Katharina Huybens staat voor de Loonse meier haar tocht af aan haar kinderen, te weten heer Aerdt Ffrericx, absent; Aelet en Ffrans Ffrericx, present. Van een stuk land in het Berckbloeck. Palende Peeter Neeven, Ambrosius Van Groelaeren en er derder zijde Maria Lambrechts erfgenamen.
De kinderen vermomberen zich met de dezelfde mombers die hun moeder heeft. Ffrans en Aleth Frerix, mede voor hun afwezige broer heer Aerdt Frerix, verkopen het voornoemde perceel aan stadhelder Peeter Neeven voor 35 Rinsgulden min de lasten: ½ mud rogge aan Henrick Vanden Bossch te kwijten met 20 Rinsgulden eens.1'
 
OverlijdenHij overleed na 5 april 1565.1 

bronvermelding(en)

  1. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 56, p.253v.

Fredericus Fredrix

IDnr.2221, ° 17 mei 1877, + na 11 januari 1941
VaderPetrus Joannes Fredrix1 ° 14 november 1822, + 2 januari 1890
MoederMaria Regina Belien1 ° 13 november 1835, + 16 maart 1903
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
RoepnaamFrederik. 
GeboorteFredericus Fredrix werd geboren op 17 mei 1877 te Lummen [België]. In het document wordt vermeld: 'Fredericus wordt geboren om 4 uur 's morgens. Vader Petrus Joannes (54 jaar, landbouwer) doet aangifte met als getuigen Remigius Belien (31 jaar, molenaar te Kwaadmechelen) en Clemens Fredrix (, secretaris te Lummen.1'
BeroepHij was postbeambte te Hasselt [België] op 9 mei 1904.2,3 
HuwelijkHij huwde met Maria Antonetta Smitt, dochter van Edmond Smitt en Joanna Melania Hermans, op 9 mei 1904 te Diest [België] met als getuigen Clemens Fredrix en Romanus Fredrix. De akte vermeldt: 'De getuigen zijn Clément Fredrix (38 jaar, klerk der posterijen te Antwerpen) en Romain Fredrix (29 jaar, treinoverste te Fleurus), beiden broers van de bruidegom. Verder Leopold Smitt (29 jaar, beenhouwersgast) en Theophiel Smitt (27 jaar, beenhouwer), beiden broers van de bruid en wonende te Diest.2' 
OverlijdenHij overleed na 11 januari 1941 te Hasselt? [België].4 

Familie

Maria Antonetta Smitt ° 22 okt 1879, + na 11 jan 1941
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S4] Burgerlijke Stand Lummen, Rijksarchief Hasselt, 1877, geboorten, p.11v, akte 42.
  2. [S102] Burgerlijke Stand Diest, Rijksarchief Leuven, 1904, akte 23.
  3. [S48] Burgerlijke Stand Hasselt, Rijksarchief Hasselt, 1907, geboorten, p.58, akte 227.
  4. [S109] Opzoekingen door Elza Frederix.
  5. [S468] Bidprenten van Jacques Bogaerts, online http://wb-stamboom-bidprenten.be/keuzeletterjs.html

Gasparus Fredrix1

IDnr.2989, ° 7 september 1812, + 8 april 1871
VaderPetrus Joannes Fredrix1 ° 15 maart 1772, + 31 januari 1837
MoederMaria Catharina Beckers1 ° 28 juli 1776, + 9 mei 1838
Stamkaartenafstammelingen van Arnout Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Arnout Fredrix [boxformaat]
afstammelingen van Christiaen Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Christiaen Fredrix [boxformaat]
GeboorteGasparus Fredrix werd geboren op 7 september 1812 te Koersel [België]. In het document wordt vermeld: 'Gasparus wordt geboren om 2 uur 's nachts. Vader Petrus Joannes komt aangifte doen met als getuigen Petrus Joannes Lemmens (37 jaar) en Petrus Eyckmans (48 jaar), beiden landbouwers te Koersel.1'
HuwelijkHij was getuige bij het huwelijk van Petrus Joannes Roelands en Maria Elisabeth Fredrix op 27 januari 1841 te Koersel [België]; Het huwelijk vindt plaats om 3 uur in de namiddag. Enkel de moeder van de bruidegom is aanwezig. De andere ouders zijn al overleden. De getuigen zijn Gaspar Frederix (schrijnwerker, 28 jaar), Henri Norbert Beckers (herbergier, 39 jaar), Jacobus Mullens (landbouwer, 32 jaar) en Pieter Joseph Van Hove (30 jaar, koster), allen van Koersel.2
OverlijdenHij overleed op 8 april 1871 te Beringen [België] in de ouderdom van 58 jaar. De tekst vermeldt: 'Gaspard overlijdt om 7 uur 's morgens. De aangifte gebeurt door Eugène André Vandelaer (56 jaar, winkelier) en Petrus Ceyssens (63 jaar, landbouwer), beiden wonende te Beringen.3'

bronvermelding(en)

  1. [S45] Burgerlijke Stand Koersel, Rijksarchief Hasselt, 1812, geboortes, p.20.
  2. [S45] Burgerlijke Stand Koersel, Rijksarchief Hasselt, huwelijken, 1841, p.15.
  3. [S35] Burgerlijke Stand Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1358771, 1871, overlijdens, p.34v, akte 7.

Gaston Felix Fredrix

IDnr.11471, ° 18 juni 1904, + 21 augustus 1978
VaderTheophilus Fredrix1 ° 31 januari 1882, + 17 februari 1964
MoederElisabeth Van de Poel1 ° 22 december 1883, + 16 december 1973
Stamkaartenafstammelingen van Arnout Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Arnout Fredrix [boxformaat]
afstammelingen van Christiaen Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Christiaen Fredrix [boxformaat]
GeboorteGaston Felix Fredrix werd geboren op 18 juni 1904 te Antwerpen [België].1 
HuwelijkHij huwde met Maria Van Brecht op 29 augustus 1925 te Berchem [België].1 
OverlijdenHij overleed op 21 augustus 1978 te Antwerpen [België] in de ouderdom van 74 jaar.1 

Familie

Maria Van Brecht ° 13 jul 1905, + 7 mrt 1979
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S286] Opzoekingen door Paul Fredrix.

Georges Marcel Marie Fredrix

IDnr.15696, ° 22 mei 1896
VaderJean Alphonse Frederix1 ° circa 1859, + na 14 september 1909
MoederAugustine Marie Lahaye1 ° 6 januari 1862, + 22 januari 1907
GeboorteGeorges Marcel Marie Fredrix werd geboren op 22 mei 1896 in de Bapaumestraat A.10 te Brugge [België]. In het document wordt vermeld: 'Hij wordt geboren om halftwee 's namiddags. Vader Jean Alphonse (37 jaar, muzikant bij het 3de Regiment Lansiers) doet aangifte met als getuige Edouard Van den Bilcke (38 jaar, schoenmaker) en François Matthys (61 jaar, dagloner), allen van Brugge.1'

bronvermelding(en)

  1. [S376] Burgerlijke Stand Brugge, Archief stad Brugge, 1905, geboorten, p.215c, akte 642.

Georgius Fredrix

IDnr.680, ° circa 1585, + tussen 4 juni 1649 en 22 september 1656
VaderAerdt Fredrix ° circa 1555, + tussen 2 maart 1623 en 9 mei 1624
MoederMaria Van Hese ° circa 1560, + 8 november 1639
Stamkaartenafstammelingen van Arnout Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Arnout Fredrix [boxformaat]
NaamvariatieGeorgius Fredrix werd ook Joris Fredricx genoemd. 
DoopselHij werd gedoopt circa 1585 te Lummen? [België].1 
DoopselHij was peter bij het doopsel van Petrus Frericx op 24 juni 1609 te Lummen [België].2 
HuwelijkHij huwde met Heleda Vrancken circa 1615 te Beringen [België].3 
EigendomReijnder Van Erpecum verkocht een goed aan Georgius Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 18 januari 1618. De akte luidt als volgt: 'Reijnder Van Erpecum verkoopt aan Joris Frerix een ½ bunder broek op de Stockbeempden, palende Simon Bervoets, de erfgenamen Jan Baerdemaeckers en Aerdt Swijsen erfgenamen. Voor 135 Rinsgulden en 1 Philipsdaalder tot een kermisse voor verkopers vrouw. Godtspennink: 2 blank.4' 
EigendomGeorgius Fredrix verkocht een goed aan Gerardus Frericx volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 29 juni 1618. Deze verwijst ook naar Mathias Fredrickx als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Margaretha Thonis. De akte luidt als volgt: 'Joris Frerix verkoopt aan zijn broer Geert Frerix ½ bunder broek op de Stockbeempden, palende Simon Bervoets, de erfgenamen Jan Baerdemaeckers en de erfgenamen Aerdt Swijsen. Voor 135 guden. Godtspennink: 2 stuivers. Belast aan de Armen met 7 of 7 ½ stuiver. Op deze koop zijn 100 gulden betaald, hem Geert gegeven door Mathees Frerix. Komen Geert Frerix met zijn huidige vrouw Margriet Thonis te sterven zonder wettige geboorte na te laten, dan moeten die 100 gulden keren naar de linagie zijner huisvrouw.5' 
BeroepHij was notaris voor het Loons recht te Lummen [België] op 18 april 1619.6 
EigendomDe eigendomstransactie van Reijnder Van Erpecum en Catharina Vande Bogaert met Arnoldus Frericx, geacteerd te Lummen [België] op 18 april 1619, verwijst naar Georgius Fredrix als betrokken partij; Reijnder Van Erpecum, mede voor Catharina Vande Bogaert die hem daartoe gemachtigd heeft voor notaris Georgius Frerix (voor het Loons recht), verkoopt aan Aerdt Frerix de jonge, het Runckelen eewit, dat hem publiek toegewezen was. Gegevens uit de voorwaarden van 14 maart. Catharina Vande Bogaert is de zuster van Van Erpecums vrouw. Ligging van het beemdeken: omtrent de Lasarije, palende het Vetterbroeck, Joncker Reijnders erfgenamen, Peeter Aerdts en Aerdt Frerix der alden ter vierder zijde.
Aerdt Frerix de jonge kreeg de palmslag voor 275 Rinsgulden. Alle lasten korten aan de koop. Te weten 3 gulden jaarlijks aan Aerdt Frerix zelf. En 2 gulden aan de Vroechmesse alhier, te korten met 50 gulden. Samen 100 gulden. Aerdt Frerix zet nog 30 hogen, ieder 2 gulden, half voor de koper, half voor de verkoper. De koper zal een dobbele Philips hebben voor het setten van de goede indien hij afgehoicht wordt oft onderstaen wordt. De koper moet de verkopers 20 gulden geven tot een kermesse. Godtspennink: 3 stuivers.
Getuigen: Henrick Friessch, Simon Sijmons, Jacob Bussch, Jaspar Poelmans. Onderaan stond aldus: Vincent Lijnen, subst.6 
ErfenisGeorgius Fredrix en Joannes Fredrix waren, samen met Lambertus Morren en Arnoldus Frericx, op 5 juni 1640 te Lummen [België] erfgenamen van Aerdt Fredrix en Maria Van Hese. De akte verwijst ook naar Willem Neven en Jan Tonis als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Vincentius Lijnen, Gerardus Frericx, Petrus Frericx en Peeter Fredrix. De akte luidt als volgt: 'Deling tussen de kinderen van wijlen Aerdt Frerix, alias Bosmans, waarvan Maria Van Hese de moeder was. De minuut is beschreven door Georgius Frerix, één der condividenten. De deling is gedaan in tegenwoordigheid en ten overstaan van 1) mr. Willem Neven, meier van het land van Lummen als toeziener en gebeden momber der achtergelatenen van wijlen Vincent Leijnen; 2) Jan Tonis als grootvader en momber der achtergelaten Geert Frerix; 3) Lambrecht Morren als toeziener en gebeden momber der achtergelaten Peeter Frerix; 4) heer Jan Frerix; 5) Joris Frerix en 6) Aerdt Frerix. Uit de algemene voorwaarden: de gewone last blijft op elk deel; wordt één of ander goed gemolesteerd, dan zal men de last samen dragen. De opgaande eikenbomen in de bos te Meldelaer, alsook in de Ceijl en het bosken te Gestel, die kapbaar zijn, zullen gedeeld worden. De eiken op de Dries en Lazareije beempt blijven staan tot reparatie en onderhoud van de bruggen. Het nagenoemde schaarhout zal men kappen en delen of verkopen: de Tielemanshoff; de Holeijcke tot Geneijcken; het Nief block te Laren; het Liemelaer; de Groote Scheijthaghe; het Heuffken; het Limelaer; den Langhen Wech; den Eijckenstock.
Kavel 1 is gevallen aan de kinderen van Vincent Leijnen verwekt aan wijlen Margriet Frerix: Den Cnoopshoff belast met ½ vat koren aan de Armen van Lummen. De Groote Scheijthage belast met 3 gulden jaarlijks aan Jan Wauters te Meldelaer. Die Tien amen. Die twee bleuxkens te Molem. Het beempdeken op de Molenwech met zijn lasten. Die Orseten op het gemeijn. Den bos aan de Vrebosch. Het bosken te Gheneijcken. Het bosken aan de Leerse heijde.
Renten: Aan panden: van Dioneijs Slegers te Meldelaer: -16-0 jaarlijks. Van Henrick Bervoets te Linckhaut: -6-0 jaarlijks. Van Aerdt Van Sonhoven te Linckhaut: 6 gulden. Van Cornelis Baerts te R(e)ckhoven: 6 gulden. Van Aerdt Reijnders te Molem: ½ mudde koren jaarlijks te kwijten met 20 stuivers en aan dezelfde nog 1 gulden; maakt -2-0. Van Jan Antoni onder Lummen: -6-0. Van Willem Vande Locht: -5-0. Van Matteeuwis Queijnen onder Linckhaut: 6 gulden. Van Teijs van Mierdt te Linckhaut: -6 gulden. Van Reijner Hemelers onder Ce(r)mpt: -2-0.
Kavel 2 is gevallen aan Joris Fredrix. De halven Tielemanshoff. Den Krieckel belast met ½ mudde koren aan St. Barbelen altaer en met 1 vat 1 vierdelinck evenen. Het Lindekensvelt. De Hoff te Gheneijcken, palende Aerdt Fredrix en de straat. Den Langhen beempt. Den Eijckbos te Meldelaer, de rijpe eiken uitgezonderd. De bos aan de Willekensberch.
Renten: Aan panden: van Willem Droochmans erfgenamen te Kermpt: -27-0. Van Servaes Moons te Molem: -3-0. Van Lambrecht Bervoets te Linckhaut: -3-0. Van Jan Hooghen te Spalbeeck: -16-0. Van Jan Rutten te Lummen: -6-0. Van mr. Henrick Swijsen te Lummen: -6-0. Van Henrick Slegers te Kermpt: -2-0. Deze deling moet dienen 10 gulden eens of 10 stuivers 's jaars, die de kinderen van Geerdt Frerix moeten geven.
Kavel 3 is gevallen aan de kinderen Peeter Frerix verwekt bij Hilleken Horions. De andere helft van den Tieleman. Beijde die Langewegh. Het Beldeken. Het Heuffken, palende Henrick Dries. De Cleijne Scheijthage. Het Tiewinckelsbrouck. Den Lazerije beempt. De helft van de bos verkregen tegen Jan Henijghen (?) met de helft van de eiken daarop staande; palende de erfgenamen Aerdt Puttmans. Die Hoeff op het Oostereijnde.
Renten: Aan panden: van Jan Betten erfgenamen te Kermpt: -21-0. Van Henrick Robijns nu Joris Fredrix: -15-0. Van Henrick vander Heijden alias Honinx: -16-15-0. Van Machiel Ludts te Meldert: -5-5-. Van de erfgenamen Anna Geerts te Meldelaer: -3-0. Van dezelfde: -1-10-. Van Aerdt Frerix ½ halster koren en aan de panden der erfgenamen Herman Holsteens: ½ halster; samen 1 halster koren.
Kavel 4 is gevallen aan Aerdt Frerix. Die Baltishoven te Teuijlt. Het Bevijsen hoeffken aldaar. Den Eecker. Die halve Hol eijcke te Geneijcken. Die Schommen te Linckhaut. Den beempt tot Buestelken belast met 15 stuivers. Die Seijl te Gestel. Die Boersheijde met de bos, belast met 3 ½ vat koren. De hofstede waarin zijn vader heeft gewoond. Het geheel gemeijn Middelste broeck.
Renten: Aan panden: van Nicolaes Schepers te Sonhoven: -25-5 st. Van Mertten Moris nu Vincent Leijnen kinderen: -12-0. Van Aerdt Druechmans te Buesteken: -4-0. Van Bertolomees Schepers te Laren: -3-0. Van Aerdt Jans te Linckhaut: -12 gulden. Van Peeter Vanden Deijck eertijds Soeij Gaethoffs: 2 gulden 10 stuivers.
Kavel 5 is gevallen aan heer Jan Frerix, pastoor-deken te Hasselt. Den Sneppershoff te Teuijlt. Die Schomme aan de Willekensberch. Het Mishoeffken te Teuijlt tegenover het eerste perceel van deze kavel. Het Nieuw block te Laren. De Dries op de beek te Lummen. Het Beempdeken en de Cleijnen helder, naast elkaar gelegen. De halven bos verkregen van Jan Henijgh met de helft van de opstaande eiken.
Renten: Aan panden: van de erfgenamen Jan Teulleners te Kermpt: -26-0. Van Jan Scheers erfgenamen te Kermpt: -1-0. Van Henrick Peeters te Gestel: -1-0. Van Tomas Timmermans: -18-0. Van Jan Moons: -3-0. Van Heuijbrecht van Peer: -6-0. Van Aerdt Frerix onze broeder: -6 gulden. Van Antoon Melco: 1-10-0. Van de erfgenamen Jan Vander Linden: -1-0.
Kavel 6 is gevallen aan de kinderen van Geert Frerix verwekt bij Margriet Antoni. Heijligeesthoffken opt Westereijnde. Het Driesken met de hof daar achter aan elkaar gelegen. De Pareijshof tegenover de huizinge en de straat gelegen, met de opstaande lasten. Het Cleuijs beempdeken te Ghestel. De bos verkregen van Peeter Putmans.
Renten. Aan panden: van de erfgenamen Tielen Van Herle: -10-0. Van Henrick Leijsen te Meldelaer: -7-10-0. Van Matteijs Peeters te Schuelen: -6-0. De hoffstadt in de plaetse te Lummen, waar ons grootvader Peeter Frerix heeft gewoond, met de lasten; boven die lasten gewaardeerd op 3 gulden jaarlijks. Van Aerdt Frerix onze broeder, 15 gulden te kwijten met 300 gulden. Het derde part van het goed te Burselken, gewaardeerd op 23 gulden 's jaars. Kavel 6 moet jaarlijks aan kavel 2 , 10 stuivers geven en nog 10 stuivers aan kavel 2 en 4.
Onverdeeld gebleven zijn: de We…lhoff achter Peeter Aerts. Nog ¼ van de bos waarvan de erfgenamen Jan Baerdemaeckers de andere delen hebben. Die Goorveuijlen.
Op 11 oktober 1640 verschenen voor de schepenen: heer en mr. Jan Frerix, pastoor-deken te Hasselt, Joris Frerix, Aerdt Frerix voor zich zelf, Jan Leijnen met zijn momber Oriaen Leijnen, zijn andere zusters en broers vervangende, Lambrecht Morren, in naam van zijn zoon verwekt aan Maria Frerix dochter van Peeter Frerix evenals voor de andere kinderen van Peeter voorschreven, Aerdt Frerix zoon van Geerd, zo voor hem zelf als voor zijn andere broers en zuster. Ze keuren de deling goed. De bruggen op de Molenwech en te Molem staan tot last van de gemeenschap; ze zullen de reparatiekosten gelijk delen.7'
 
ErfenisGeorgius Fredrix en Joannes Fredrix waren, samen met Arnoldus Frericx, Joannis Lijnen, Aerdt Frericx en Lambertus Morren, op 11 oktober 1640 te Lummen [België] erfgenamen. De akte verwijst ook naar Oriaen Leijnen als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Op 11 oktober 1640 verschenen voor de schepenen: heer en mr. Jan Frerix, pastoor-deken te Hasselt, Joris Frerix, Aerdt Frerix voor zich zelf, Jan Leijnen met zijn momber Oriaen Leijnen, zijn andere zusters en broers vervangende, Lambrecht Morren, in naam van zijn zoon verwekt aan Maria Frerix dochter van Peeter Frerix evenals voor de andere kinderen van Peeter Frerix voorschreven, Aerdt Frerix zoon van Geerd, zo voor hem zelf als voor zijn andere broers en zuster. Ze keuren de deling goed. De bruggen op de Molenwech en te Molem staan tot last van de gemeenschap, waarvan ze de reparatiekosten gelijk zullen delen.7' 
AflossingGeorgius Fredrix ontving van Henrick Swijsen de terugbetaling van een lening van 100 gulden aan 6% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 24 oktober 1641. De akte luidt als volgt: 'Joris Frerix kwijt pand het Panisblock van mr. Henrick Swijsen van 6 gulden jaarlijks. De eerste gicht dateert van 16 februari 1617 [lening verstrekt door zijn vader Aerdt Fredrix].8' 
BeroepHij was schepen te Beringen, [België] in 1642. Het voorblad van het Register van Schepenen van Beringen naar Loons Recht beginnende anno 1642 vermeldt de volgende 'Nomina Scabinorum' [= namen van de schepenen]: Michael Mathei, Bernardijn Basterga, Frans Croonarts, Joris Frericx, Jan Bosmans, Aerdt Celen, Jan Maes, P. Coghen - secretaris.9
EigendomMarck Beets verkocht een goed aan Georgius Fredrix volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 24 januari 1642. Deze verwijst ook naar Pauwels Maes als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Mathijs Fabri, Peter Pauli, N. Van Donruije, Bernardijn Basterga en Petrus Coghen. De akte luidt als volgt: 'Volgens deze hierna volgende condities en 'proclamaties', te doen toekomende zondag in de kerk van Beringen, zal Marck Beets een wijerken verkopen gelegen in Beringen, regenoten ten oosten Peter Mertens, en de Heerbaan aan beide zijden en de Koerselse heide, en dat met hogen naar 'costuijmen'.
Ten eerste, eens de palmslag gegeven, zal ieder daarop hogen met telkens 2 gulden, half tot profijt van de koper, en de andere helft tot profijt van de verkoper. Ten tweeden warandeert de voorschreven verkoper het voorschreven wijerken vrij van lasten, uitgenomen 33 of 36 stuivers jaarlijks aan de kerk van Beringen. Ten derden om samen het goed op gichte te geven, en alle oude gewoonten te 'obstineren', lijcoop na lantcoop, godtspenninck 2 stuivers, schrijfgeld 32 stuivers.
Op 24 januari 1642 heeft onder voorgaande condities Pauwels Maes op het wijerken 100 gulden gezet, en 10 hogen in presentie van heer Mathijs Fabri en Peter Pauli als getuigen en mij[zelf] N. Van Donruije notaris.
En 'depost eodem hora' heeft Pauwels Maes voorschr[even] daarop nog 5 hogen gesteld, in presentie van heer Mathijs Fabri en Bernardijn Basterga als getuigen, en mij[zelf] N. Van Donruije notaris. En depost eodem heeft Joris Fredrici in presentie van Bernardijn Basterga ende P. Coghen, meier van Beringen 10 hogen gesteld in presentie van mij N. Van Donruije notaris. En terstond daarna heeft Joris Fredrici daarop nog 5 hogen gezet, in presentie van Bernardijn Basterga ende mij[zelf] N. Van Donruije notaris.
Op 27 januari is na [de] voorgaande condities en consenteringhe van de partijen de kaars wettelijk ontstoken en gebannen. De voorschreven Fredrici 'repeteert' zijn eerder gedane hogen en het goed is na het uitgaen van de kaars aan hem verbleven. De verloper verklaart zijn kooppenningen ontvangen te hebben.10'
LeningGeorgius Fredrix leende aan Peter De Witte de som van 200 gulden aan 5,5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 15 mei 1642. Deze verwijst ook naar Catlijn Willems als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Anno 1642 op 15 mei heeft Peter De Witte met consent en lauderinghe van zijn huijsvrouwe Catlijn Willems opgedragen tot behoef van Joris Fredricx twee stukken erf, gelegen op den Duijs, het ene genaamd 'het Berckvelt', regenoten de erfgenamen van Jan Schroijen zaliger aan twee zijden, en Ghoris Pauwels west; het ander veld genaamd 'den Wijerhof', regenoten Peter Robijns west, 'den wijerdijck' van Balthus Wuijtens zuid; voorts al zijn bankgoederen; als pand voor 200 gulden kapitaal aan 11 gulden rente jaarlijks, vallend op deze datum; te kwijten met gelijke gelden, goed gangbaar op het moment van de redemptie, en dat met volle pacht. Zo is na het opdragen door Peter voorschreven Joris Fredricx hierin gegicht.
Anno 1646 op 25 oktober heeft Joris Fredricx deze panden van de voorschreven rente gekweten en verklaart het voorschreven kapitaal met het verloop ontvangen te hebben.11'
LeningAgneet Aechten leende aan Georgius Fredrix de som van 100 gulden aan 6% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 5 maart 1643. Deze verwijst ook naar Merten Ingelen als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Anno 1643 op 5 maart heeft Agneet Aechten met overstaan van Merten Ingelen als voogd en momber van haar kinderen de panden van Joris Fredricx gekweten van een rente van 6 gulden jaarlijks. Ze heeft het kapitaal en de verlopen rente ontvangen. Tegelijk wordt het kapitaal opnieuw belegd op dezelfde wijze met de voorschreven borg.12'
LeningGeorgius Fredrix leende aan Michiel Kaels de som van Op 20 maart 1643 heeft Michiel Kaels opgedragen en omgezet ten behoeve van Joris Fredricx een rente van 100 gulden kapitaal staande op panden van Laureijs Kaels van Paal, namelijk een stuk land waaop de schuur gestaan heeft, palend ten oosten aan de erfgenamen van mr. Aert Hoijberghen, ten westen aan Aert Zibrichs en ten zuiden aan 'des Heerenstraat'. De rente valt jaarlijks op half maart. Michiel verklaart de som van 100 gulden te hebben ontvangen. volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 20 maart 1643. Ze vermeldt verder ook Laureijs Kaels.13
LeningGeorgius Fredrix leende aan Lambrecht Corsijns de som van 100 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 1 april 1643. Deze verwijst ook naar Jacop Van Sonhoven als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Anno 1643 op 1 april heeft Jacop Van Sonhoven opgedragen tot behoef van Joris Fredricx, een rente 5 gulden jaarlijks op 100 gulden kapitaal, staande op panden van Lambrecht Corsijns uit Pael 'naer luijdt die gichte van daer sijnde' [nvdr. volgens de destijds opgemaakte gicht], voor de som van 100 gulden bb, die Jacop verklaart ontvangen te hebben.14'
LeningGeorgius Fredrix leende aan Geert Zibrichs de som van 400 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 5 juni 1643. Ze vermeldt verder ook Laureijs Kaels. De akte luidt als volgt: 'Anno 1643 op 5 juni heeft Geert Zibrichs opgedragen tot behoef van Joris Fredricx een erffve als hij op heden luijdt de voorgaande gicht en kaarsbranding verkregen heeft van Laureijs Kaels, en voorts zijn andere bankgoederen. Dit als pandt voor 400 gulden kapitaal die hij [nvdr. Geert Zibrichs] verklaart ontvangen te hebben aan 20 gulden [rente] jaarlijks, vallende op deze datum, en voor het eerst in 1644. Kwijtbaar in twee termijnen in gangbare munt.15'
LeningMaria Lijnen en Georgius Fredrix leenden aan Jacob Tielens de som van 100 gulden aan 6 % intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 25 juni 1643. Ze vermeldt verder ook Joannis Lijnen en Vincentius Lijnen. De akte luidt als volgt: 'Jan Vaes leent van Jan Lijnen 100 gulden à 6 %. Pand: 1. Huis en hof genaamd de Dominatie, palende Aerdt Frerix, Peeter Neven, de beek en de straat. 2. Een beemd op de Molenwech, palende Peeter Neven, de Molenwech, de erfgenamen Aerdt Uden en de Lauwe voert. Vincent Lijnen is in naam van Jan Lijnen, zijn broer, ter gichte gekomen. P.S. Op 25 juni 1643 kwijt Joris Fredrix als moederlijke oom-momber van Marie Leijnen, de panden van de erfgenamen Joannis Vaes van deze 6 gulden jaarlijks. Hij heeft daarvoor 100 gulden ontvangen uit handen van Jacop Tielens, stiefvader van voornoemde kinderen. Het geld is gekomen van zeker erf te Blanckelaer verkocht.16' 
LeningGeorgius Fredrix leende aan Jan Meerleberghs de som van 200 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 4 april 1644. Deze verwijst ook naar Geertruijt Briers als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Christiaen Meerleberghs. De akte luidt als volgt: 'Anno 1644 op 4 april heeft Geertruijt Briers, weduwe van wijlen Christiaen Merleberghs haar tocht gederfd van de 'filiale portie' van haar zoon Jan Merleberghs om datzelfde [kindsdeel] te mogen belasten met 200 gulden bb kapitaal.
Recht en erfdom vergaderd zijnde, heeft de voorschreven Jan Meerleberghs datzelfde gedeelte opgedragen tot behoef van Joris Fredricx als pand voor 200 gulden kapitaal [aan] 10 gulden [rente] jaarlijks, vallende ieder jaar op deze datum. Redimisibel met een gelijke som van 200 gulden in goed en gangbaar geld. Hij belooft warantschap op al zijn andere goederen, zowel in Meldert als elders gelegen. Ze consenteren in de realisatie en ze zijn over alles eens. Na deze opdracht is de voorschreven Joris Fredricx met recht ter gichte gekomen. Daarna is de voorschreven weduwe wederom in haar tocht gesteld en heeft Jan beloofd om zijn voorschreven moeder jaarlijks een intrest te beuren.17'
LeningGeorgius Fredrix leende aan Henrick Cressens de som van 100 gulden aan 6% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 10 november 1644. Deze verwijst ook naar Jaspar Thonis als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Jan Custers. De akte luidt als volgt: 'Anno 1644 op 10 november heeft Jaspar Thonis als momber van de kinderen van Henrick Thonis zaliger, hem daarvoor sterk makende, opdragen en getransporteerd tot behoef van Joris Fredricx een rente van 6 gulden jaarlijks op 100 gulden kapitaal, staande op panden van Henrick Cressens en de kinderen van Jan Custers. Namelijk op een stuk land te Paal [gelegen], regenoten [ten] oosten en [ten] zuiden Jan Berckmans, en [ten] westen de erfgenamen van Jan Van Ranst. En dat mits de som van 100 gulden bb, die Jaspar in naam van de voorschreven kinderen 'kent' ontvangen te hebben.18'
LeningGeorgius Fredrix leende aan Thomas Kimpen de som van 100 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 12 januari 1645. Deze verwijst ook naar Christijn Bosmans als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Anno 1645 op 12 januari heeft Thomas Kimpen met lauderinghe van zijn huisvrouw Christijn Bosmans opgedragen tot behoef van Joris Fredricx zijn kindsdeel te Tenaert gelegen als pand voor [een rente van] 5 gulden jaarlijks op 100 gulden kapitaal, vallende ieder jaar op deze datum. Redemibel met gelijke 100 gulden in geld dat op het moment van de kwijting goed en gangbaar is. Na de opdracht is de voorschreven Fredricx met recht ter gichte gekomen.19'
LeningGeorgius Fredrix leende aan Gilis Puts de som van 200 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt op 23 maart 1645. De akte luidt als volgt: 'Anno 1645 op 23 maart heeft Gilis Puts opgedragen tot behoef van Joris Fredrici een 'block' genaamd 'den Bogelsdriesch' te Pael gelegen, groot omtrent 6 'halsters' land der maeten onbegrepen, gelegen tussen Jan Jacops ten oosten, en de 'Broeckstraete' ten westen. Verder nog 2 halsters land genaamd 'den Peertsdriesch' , gelegen tussen Peter Jans ten westen en de 'Matthijsstrate' ten oosten. Dit als pand voor 200 gulden kapitaal aan 10 gulden [rente] jaarlijks, vallende ieder jaar op deze datum. Redemibel met gelijke 200 gulden in geld dat op het moment van de kwijting goed en gangbaar is. Gilis heeft warantschap gedaan voor een goede gicht en zo is na de opdracht de voorschreven Fredrici met recht ter gichte gekomen. Gilis heeft het pontgelt betaald.20'
EigendomDe eigendomstransactie van Willem Goossens en Catharina Claes, samen met Lenaerdt Nicolai, Emondt Bloemen, Margriet De Heijn, Lambert Schoofkens en Peeter Schoofkens, met Aerdt Frericx, geacteerd te Lummen [België] op 1 februari 1646, verwijst naar Georgius Fredrix als betrokken partij; Mr. Willem Goossens als man van Cattlijn Nicolai, mede voor Lenaerdt Nicolai. Emondt Bloemen in het Brabants gevolmachtigd door zijn vrouw Margriet de Heijn. Henrick Machiels als momber van Lambert Schooffkens. Dezelfde Henrick Machiels als gevolmachtigde (op 12 januari 1646 op het rolleboek van deze schepenen) van mr. Peeter Schooffkens. Verkopen aan Aerdt Fredrix zoon van Geerd: 1. 12 of 13 halsters zaaiens land, genaamd het Neijsenshoff, palende O. den Holenwech, N. die Veltstraet, W. Peeter Aerts, Z. de straat; 2. 2 halsters zaaiens land te Molem, palende O. Jan Cox, N. Jan Garen erfgenamen, W. die Veltstraet; 3. een beempt, de Voorste Kaetsenbeempt, onder Schuelen., palende N. het gemeijn Schauen, O. het Ruerbroeck; W. en Z. de Grooten Caetsenbeempt. De verkopers staan in de 'voorwaarden' anders vermeld: het zijn de erfgenamen van wijlen mr. Henrick Schooffkens, namelijk Lenaerdt Claes en mr. Willem Goossens als man van Catharina Claes, mede voor hun zwager Emondt Bloumen als man van Margareta de Hein. Mr. Peeter Schooffkens, mede voor zijn broer Lambrecht Schooffkens.
Op 12 januari 1646 krijgt Mattijs Joris de palmslag voor 2025 gulden Brabants, 15 rijksdalers elk van 3 gulden tot een kermisse en 2 tonnen dobbel bier tot lijcoop. Daarvan zal één op heden gedronken worden en de ander op dag van gichte of kaarsbranding. Godspennink: 8 stuivers. Getuigen: Cornelis Baers, Coenrardt Van Haren en anderen. W.g. Peeter Aerts, secretaris.
Joris stelt nog 25 hogen. Dionijs Slegers stelt er nog 4 hogen op. Mattijs Joris nog 3. W.g. Peeter Aerts, secretaris.
Op 19 januari 1646 stelt Mattijs Joris nog 50 hogen. Getuigen: heer Jan Lemmens en Cornelis Baers.
Op 22 januari 1646 stelt Peeter Aerts 100 hogen. Getuigen: Jan Spunx, Jacop Fransens e.a. getuigen.
Op 25 januari 1646 stelt Peeter Aerts nog 50 hogen. Getuigen: meier en schepen ten Loonse recht.
Aerdt Frerix stelt in naam van Joris Frerix nog 25 hogen. Peeter Aerdts stelt er ook nog 25. Aerdt Frerix, q.q. als voor stelt nog 25 hogen.
Bij de kaarsbranding op 1 februari 1646: verbleven aan Aert Frerix. W.g. Peeter Aerts, secretaris.
(In de marge) Op 1 mei 1647 bekennen de verkopers voldaan te zijn van deze koop. W.g. Pet. Aerts, secretaris.
Dan volgt de volmacht van Margareta de Hene aan haar man Emond Blommen. Die is gegeven ten hare huize op de markt in St. Truiden. Getuigen: Antoen Van Herff en Mattuus Haick. W.g. H. Baerts, notaris.21 
LeningGeorgius Fredrix leende aan Mattijs Joris de som van 800 gulden aan 4,375% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 5 juli 1646. De akte luidt als volgt: 'Mattijs Joris leent van Joris Fredrix 800 gulden bbl aan 35 gulden jaarlijks. Pand: de 40 halsters zaaiens grote hof genaamd mr. Nijsens hoff, palende O. den Holenwech, W. Peeter Aerts genaamd Vrancken, Z. de straat; N. de Veltstraet. Af te leggen in specie zoals hij ontvangen heeft, te weten: 34 souverainen à 20 gulden het stuk; 2 Rosennobels, het stuk à 15 gulden 2 stuivers; 2 dobbel dukaten à 13½ gulden het stuk; 2 Albertinen à 9 gulden en verder in payement.22' 
LeningGeorgius Fredrix leende aan Oreaan Claes en Marie Beckers de som van 100 gulden aan 6% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 28 november 1646. Deze verwijst ook naar Willem Lambrechts en Henrick Swijsen als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Voor meier en schepenen van Lummen ten Loonschen recht op extra-ordinarise rechtsdag verscheen Oreaan Claes, als man en momber van zijn huisvrouw Marie Beckers, die instemde met hetgeen volgt ten overstaan van schepen Swijsen. Hij draagt op tot behoef van Joris Fredrix, borger van de stad Beringhen, een stuk broek achter de schans van Ghenebos gelegen. Het paalt het gasthuis van Diest 1), Cornelis Baerts 2), Henrick Truyers 3). En verder draagt hij al zijn Loonse goederen op als pand en onderpand voor een jaarlijkse rente van 6 gulden. Als kapitaal heeft hij 100 gulden ontvangen. Valdag Sint Andries, vanaf 1647. Willem Lambrechts kwam in de naam en op bevel van Frerix met recht ter gichte. Joris betaalde de hofrechten: 13 stuivers, Beckers het pontgeld en het recht van uitkomen.23' 
LeningGeorgius Fredrix leende aan Lambrecht Jans de som van 100 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 23 januari 1647. Deze verwijst ook naar Arnoldus Schijven als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Lambrecht Jans draagt op tot behoef van Georgius Fredrix een stuk land in Schuelen gelegen, genaamd ‘die Natte Heyde’, 3 halsters saeyens groot. Het paalt Aerdt Cuepers 1), de gemeen heide en Lambrecht Jans voorschreven aan de andere zijden. Jans draagt bovendien al zijn andere Loonse goederen op die onder Linckhaut gelegen zijn, samen, tot pand en onderpand voor een rente van 5 gulden Brabants, jaarlijks vallend op 9 februari. Te kwijten met 100 gulden Brabants eens. Aerdt Schyven kwam in de naam van Joris Fredrix ter gichte. Lambrecht betaalde pontgeld en hofrechten.24' 
LeningGeorgius Fredrix leende aan Michiel Kaels de som van 750 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 14 mei 1648. De akte luidt als volgt: 'Anno 1648 op 14 mei heeft Machiel Caels opgedragen twee stukken land gelegen te Paal 'aan het cruijs', die hij onlangs verkregen heeft van Willem Basterga, en voorts al zijn bankgoederen, 'hebbende ende verkrijghende', ten behoeve van Jeuris Fredrici. Dit als pand voor 750 gulden kapitaal aan 37 gulden 10 stuivers jaarlijks, en dat in speciën van soevereinen, gerekend aan 25 gulden 10 stuivers het stuk. Te kwijten met gelijke speciën van soevereinen ter waarde van 400 gulden 'smaels', wel meer maar niet minder. De intrest valt jaarlijks op deze datum. Na de opdracht en vertijghenisse van voorschreven Machiel is Jeuris Fredrici ter gichte gekomen en heeft Machiel het pontgeld betaald.25'
AflossingGeorgius Fredrix ontving van Franciscus Reijnders de terugbetaling van een lening van 100 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 4 maart 1649. Ze vermeldt verder ook Thomas Kimpen. De akte luidt als volgt: 'Anno 1649 op 4 maart heeft Jeuris Fredrici de panden gekweten van het achtergelaten kind van Thomas Kimpen van een rente van 5 gulden jaarlijks op 100 gulden kapitaal. Hij verklaart het kapitaal met de verlopen rente ontvangen te hebben uit handen van Soij Reijnders als momber van het voorschreven kind. Deze penningen komen van de verkochte 'hame' van het voorschreven kind.26'
AflossingGeorgius Fredrix ontving van Willem Persoons de terugbetaling van een lening van 200 gulden aan 5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 4 juni 1649. De akte luidt als volgt: 'Anno 1649 op 4 juni heeft Jeuris Fredrici de panden van Willem Persoons gekweten van een rente van 10 gulden jaarlijks op 200 gulden kapitaal. Hij verklaart het kapitaal met de verlopen rente ontvangen te hebben.27'
OverlijdenHij overleed tussen 4 juni 1649 en 22 september 1656 te Beringen [België].27,28 
BeroepJordaen Loijens was schepen op 15 november 1653 ter vervanging van Georgius Fredrix.29
ReliefNa het overlijden van Georgius Fredrix en Heleda Vrancken releveren Paulus Francken op 22 september 1656 te Beringen [België] . De akte luidt als volgt: 'Anno 1656 op 22 september heeft mr. Paulus Francken, commissaris van de stad Beringen, voor hem als voor als voor de kinderen van zijn broer alle Loonse goederen gereleveerd, die hen na de dood van respectievelijk hun zuster en hun 'moijcken'. Namelijk de 'winninghe' op de heide naar Hasselt, 'consisterende in' verschillende percelen, en een perceel op de 'Buijtinghe' [nvdr. nu de deelgemeente Paal]. Na het relief is mr. Paulus Francken, voor hem als voor zijn 'medegeringhen' [hier: mede-erfgenamen], ter gichte gekomen, 'onbeleth een iders goedt', en is 'in hoeden gekeert'.28'
ReliefNa het overlijden van Georgius Fredrix en Heleda Vrancken releveert op 22 september 1656 te Beringen, [België] Paulus Francken. De akte luidt als volgt: 'Anno 1656 op 22 september heeft mr. Paulus Francken, commissaris van de stad Beringen, voor hem als voor zijn 'medegeringhen' [hier: mede-erfgenamen], de goederen gereleveerd die hen na de dood van Joris Frederici,
'in sijnen tijdt' onze medeschepen, en Aleidis Francken, beide zaliger, zijn aangestorven. Namelijk de hierna volgende acquesten. Ten 1ste een stuk land, genaamd 'den Molenhoff'. Verder een vijver, genaamd 'het Scaeff'. Voorst twee bosjes te Gheenhaudt gelegen. Verder een stuk land gelegen op de 'Cnijlstraet'. Verder een 'beempt' gelegen in de 'Langheneijcken'. Na het relief is mr. Paulus Francken, voor hem als voor zijn 'medegeringhen', ter gichte gekomen, 'onbeleth een iders goedt', en is 'in hoeden gekeert'.28'
AflossingDe leningsovereenkomst van Paulus Francken en Lambertus Morren met Henrick Gressens, geacteerd te Lummen [België] op 10 oktober 1658, vermeldt eveneens Georgius Fredrix.30 

bronvermelding(en)

  1. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 547, p.54.
  2. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 547, 1609, doopsels, p.54.
  3. [S8] Parochieregisters Beringen, Rijksarchief Hasselt, boek 53, p.132.
  4. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 57, p.183v.
  5. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 57, p.189.
  6. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 57, p.206.
  7. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.113v.
  8. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.127.
  9. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1642, boek 40, voorblad.
  10. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1645, boek 40, p.11.
  11. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1642, boek 40, p.7v.
  12. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.25.
  13. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.25v.
  14. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.31.
  15. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.38v.
  16. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 57, 1643, p.226.
  17. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.61.
  18. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.76v.
  19. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.81.
  20. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.87.
  21. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.161v.
  22. [S22] Schepenbank Lummen - Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 58, p.163.
  23. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.46.
  24. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 84, p.50v.
  25. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.188v.
  26. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.212.
  27. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1643, boek 40, p.223.
  28. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1656, boek 41, p.61.
  29. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1653, boek 41, voorblad.
  30. [S8] Parochieregisters Beringen, Rijksarchief Hasselt, boek 85, 1658, p.106.