Biografie

Jacques Feyder, geboren als Jacques Louis Léon Frederix, was een internationaal belangrijke filmregisseur in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw. Hij was één van de grondleggers van het poëtisch realisme, een stroming in de Franse cinema, waarbij thema's uit de harde realiteit van elke dag op een esthetische manier in scène werden gezet.

Jacques Feyder en Françoise Rosay

Jacques wordt geboren in Elsene op 21 juli 1885 uit een familie van hoge legerofficieren, letterkundigen, notarissen en industriëlen. De familie komt via Luik in Brussel terecht, maar stamt oorspronkelijk uit de buurt van Maastricht, waar stamvader Gerardt Fredericx ca. 1600 in Cadier en Keer wordt geboren.

In 1905 behaalt hij zijn diploma aan de Ecole Régimentaire te Nivelles, maar slaagt niet voor het ingangexamen aan de officierenschool. Na zijn militiedienst gaat hij werken in de kanongieterij van zijn familie. Als zijn vader merkt dat Jacques graag acteur zou willen worden, verbiedt hij hem om als artiest de familienaam FREDERIX te gebruiken. Hij gebruikt dan ook later de artiestennaam FEYDER.

In 1911 laat hij zijn bourgeois achtergrond achter zich en trekt naar Parijs, waar hij zowel op het toneel als in de (stomme) film acteert. Zijn interesse in het filmmedium is hierdoor gewekt. Net voor de Eerste Wereldoorlog in 1914 begint hij als assistent-regisseur bij Gaston Ravel. In 1916 tekent hij een contract bij Gaumont Films. Hij maakt enkele onbeduidende komische films.

Ondertussen is hij verliefd geworden op de getalenteerde actrice Françoise Rosay (geboren als Françoise Chauvin, na de erkenning door haar vader in 1938, Françoise Bandy de Nalèche). Hij trouwt met haar op 21 juli 1917 en zullen elkaars levenspartner blijven. Kort na zijn huwelijk wordt zijn carrière abrupt onderbroken, omdat hij opgeroepen wordt voor de actieve dienst in het Belgisch leger. Hij maakt er deel uit van de entertainment legereenheid.

Na de oorlog maakt hij snel naam als één van meest innovatieve filmmakers in Frankrijk. Zijn doorbraak komt er met 'l'Atlantide' (1921). Ondanks de verkeerde keuze van de hoofdrolspeelster Stacia Napierkowska werd de film een internationaal succes. Uitzonderlijk voor die tijd was dat de film op locatie was geschoten en dan nog wel in de Sahara. Met kindacteur Jean Forest draait Jacques drie films: 'Crainquebille' (1922), 'Visages d'enfants' (1925) en 'Gribiche' (1926). Daarin toont hij zijn opmerkelijk talent voor het regisseren van kinderen. 'Visages d'enfants' draait hij in de Haut Valais (Zwitserland) en is opmerkelijk door zijn eenvoud en gevoeligheid. Na het qua camerawerk erg mooie 'Carmen' (1926), met een recalcitrante Raquel Meller in de hoofdrol, draait hij wat door vele cineasten wordt beschouwd als één van zijn meesterwerken: 'Thérèse Raquin' (1928). De film wordt gemaakt in een Berlijnse filmstudio, met Gina Manès in haar beste hoofdrol.

Françoise Rosay met haar drie zonen: Paul (links), Marc (rechts boven) en Bernard (rechts beneden)


Jacques en Françoise Rosay hebben ondertussen drie zonen gekregen: Marc (°1919), Paul (°1922) en Bernard (°1926). Zij zullen later alle drie in de filmwereld actief worden.

Jacques Feyder regisseert Greta Garbo in 'The Kiss'

In 1928 neemt Jacques de Franse nationaliteit aan. In 1929 maakt hij 'Les Nouveaux Messieurs', een bijtende satire op de Franse politiek. De film wordt verboden en Jacques verkast naar Hollywood, waar hij een contract krijgt bij MGM. Hij maakt er 'The Kiss' (1929), waarin hij Greta Garbo regisseert in haar laatste stomme film, één van haar meest intelligente rollen. Hij realiseert ook haar eerste (Duitstalige) gesproken film, 'Anna Chistie' (1931), die aansluitend wordt gedraaid op de Engelstalige versie, geregisseerd door Clarence Brown. Greta Garbo zelf verkoos de door Jacques gemaakte Duitstalige versie.

In 1935 maakt hij zijn meest bekende en tegelijk meest controversiële film: 'La Kermesse héroïque'. De film behandelt het thema van de collaboratie, gebruik makend van het historische kader van de Spaanse bezetting van Vlaanderen in de 17de eeuw. Het scenario, van de hand van Charles Spaak, speelt zicht af in Boom anno 1616. Wanneer het nieuws hen bereikt dat de Spaanse hertog Olivares en zijn gewapend gevolg de nacht wil doorbrengen in hun stad, slaat de schrik de notabelen om het lijf. Ze denken terug aan de verwoestingen, brandstichtingen en verkrachtingen door de Spanjaarden in het verleden. De strategie van de burgemeester is simpel. Hij zal voor dood spelen, waardoor de hele stad in rouw zal zijn. De mannen zullen onderduiken, en de Spanjaarden zullen, uit respect voor rouw, de stad links laten liggen. De vrouw van de burgemeester, gespeeld door Jacques' vrouw Françoise Rosay, ontzet door de lafheid van haar man en de andere notabelen, neemt het heft echter zelf in handen. Samen met de andere burgervrouwen, zetten ze al hun charmes in om de Spanjaarden ter wille te zijn, en zo de stad te beschermen. Dat lukt hen opperbest en het vertrek van de Spanjaarden wordt zelfs met enige spijt tegemoet gezien.

Na de release komt er kritiek uit verscheidene hoeken. De Vlaamse beweging, op dat ogenblik al sterk radicaliseerd, ziet de film als een aanfluiting van de Vlaamse identiteit, namelijk die van heldhaftigheid en respect voor de familiewaarden, hierin flink gesteund vanuit conservatief katholieke hoek, die het immorele aspect van de film benadrukt. De toenmalige politieke partij, het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV), organiseert zelfs protestacties in de straten en zalen van de belangrijkste Vlaamse steden. De zaak leidt zelfs tot een interpellatie in het Parlement en in Brugge wordt de film verboden.

Met 'La Kermesse héroique' wint Jacques de onderscheiding van beste regisseur op het Filmfestival van Venetië (1936). De film wordt gelauwerd met de Grand Prix du cinéma français (1936) en in de VS wordt de film onderscheiden als Best Foreign Film (1938). Hoewel het zeker niet de bedoeling was van de regisseur, blijkt de film visionair te zijn: tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat een deel van de Vlaamse Beweging collaboreren met de nazi-bezetters. Om voor de hand liggende redenen, verbiedt nazi-propagandaminister Goebbels de film na de invasie in Frankrijk in 1939, en Jacques wijkt voor de rest van de oorlog uit naar Zwitserland.

In 1937 maakt hij in Engeland, 'Knight Without Armour', met Marlène Dietrich in de hoofdrol, en daarna draait hij in Duitsland 'Les Gens du voyage' (1938) en aansluitend ook een Duitse versie, 'Fahrendes Volk' (1938). Met 'La Loi du nord' (gemaakt in 1939, maar pas uitgebracht in 1942), met Michèle Morgan in de hoofdrol, laat hij nog een laatste keer zien hoe goed hij grootse landschappen in beeld kan brengen.

Zijn laatste film 'Une femme disparaît' realiseert hij in Zwitserland (1942). Hij kan het poëtisch realisme echter niet achter zich laten. Daardoor worden zijn laatste films commercieel een flop en worden ze door de filmkritiek niet meer gesmaakt. Jacques overlijdt op 24 mei 1948 te Prangins, Zwitserland. Uit alles wat Jacques realiseerde blijkt zijn grote liefde en meesterschap voor het medium film.

Filmografie als regisseur

Hierna volgt de lijst van alle films, die Jacques in zijn lange carrière regisseerde. Bij enkele interessante films is er een externe link voorzien naar een (engelstalige) filmsite, waar meer te vernemen valt over de film in kwestie.

Silent films

1915    Des pieds et des mains (assistent-regisseur)
1916    Un conseil d'ami
1916    La Trouvaille de Buchu
1916    Tiens, vous êtes à Poitiers?
1916    Le Pied qui étreint
1916    La Pièce de dix sous
1916    Le Pardessus de demi-saison
1916    Monsieur Pinson, policier (assistent-regisseur)
1916    L'Homme de compagnie
1916    Le Destin est maître
1916    Le Bluff
1916    Biscot se trompe d'étage
1916    Abrégeons les formalités
1916    Têtes de femmes, femmes de tête
1917    Les Vieilles femmes de l'hospice
1917    Le Ravin sans fond
1917    L'Instinct est maître
1917    Le Frère de lait
1917    Le Billard cassé
1918    La Faute d'orthographe
1920    L'Atlantide (F) - Lost Atlantis (USA) - Missing Husbands (USA)
1922    Crainquebille (F) - Bill (USA)
1923    Das Bildnis (D) - L'Image (F)
1925    Visages d'enfants (F) - Faces of Children (USA-UK)
1926    Au pays du roi lépreux
1926    Gribiche (F) - Mother of mine (USA)
1926    Carmen
1928    Thérèse Raquin (F) - Du sollst nicht ehebrechen (D) - Shadows of Fear (USA-UK)
1929    Les Nouveaux messieurs (F) - The New Gentlemen (USA-UK)
1929    The Kiss

Geluidsfilms

1930    Le Spectre vert
1930    Si l'empereur savait ça (F) - If the Emperor Onlmy Knew That (USA)
1930    Olympia
1931    Anna Christie
1931    Daybreak
1931    Son of India
1934    Le Grand Jeu
1935    Pension Mimosas
1935    La Kermesse héroïque (F) - Carnival in Flanders (USA)
1935    Die Klugen Frauen (Duitse versie van La Kermesse héroïque)
1937    Knight without Armour (UK)
1938    Les Gens du voyage (F) - Fahrendes Volk (D)
1939    La Loi du nord (F) - La Piste du Nord (F) (gecensureerde titel tijdens de nazi-bezetting)
1942    Une femme disparaît (F) - Portrait of a Woman (USA)
1946    Macadam (enkel supervisie)

Onderscheidingen

1936    Venice Film Festival - Best Director - La Kermesse héroïque
1937    New York Film Critics Circle - Best Foreign Film - La Kermesse héroïque
1939    Cannes Film Festival - Golden Palm (nominatie) - La Loi du Nord