Van stamouders Christiaen FREDRIX en Anna CRUESSENS zijn er 686 afstammelingen opgenomen. Vanaf ca. 1600 tot vandaag beslaat de stam 13 generaties. Afgaande op schepenbankakten en cijnsregisters heeft deze stam zijn oorsprong in de gehuchten Genenbos (Lummen), Eversel en Ubbersel (Heusden). In een cijnsaangifte na het overlijden van stamvader Christiaen FREDRIX uit 1663 worden twee boerderijen vermeld en 5568 roijen land (ongeveer 17 ha). Eén boerderij is gelegen tegenover de nu verdwenen Sint-Rochuskapel van Genenbos (Lummen). Door het landbezit blijven een aantal afstammelingen in deze contreien wonen en zijn vandaag terug te vinden in Lummen, Heusden, Zolder, Houthalen, Leopoldsburg. Een andere tak trekt naar Hasselt en de omliggende dorpen. Maar er zijn ook takken terug te vinden in Luik, Antwerpen en Brussel, tot in Frankrijk toe.

Er is een verweving met de stam van Arnout FREDRIX via de vrouwelijke lijn. Immers, Catharina Corthauts, achter-achter-achterkleindochter van stamvader Arnout trouwt met Joannes Fredrix, kleinzoon van de stamvader Christiaen Fredrix.

Verder is er ook een band met de de stam van Matteeuwis FRERIX via de vrouwelijke lijn door het huwelijk van Maria Fredrix, kleindochter van Matteeuwis, met Guilielmus Bervoets (te situeren voor 1645) en het huwelijk – 10 generaties en 300 jaar later – van Maria Odilia Bervoets, 9-achterkleindochter van Matteeuwis, met Ludovicus Frederix, 7-achterkleinzoon van Christiaen, in 1954.