Mathieu Fredrix

IDnr.10089, ° 25 maart 1921, + 9 mei 1989
GeboorteMathieu Fredrix werd geboren op 25 maart 1921 te Maaseik [België].1 
OverlijdenHij overleed op 9 mei 1989 te Maaseik [België] in de ouderdom van 68 jaar.1
BegrafenisHij werd begraven op 13 mei 1989 Maaseik, [België].1 

bronvermelding(en)

  1. [S103] Digitaal Archief Belang van Limburg, krant van 10.05.1989, p.6.

Mathieu Hubert Fredrix

IDnr.12161, ° 8 april 1900
VaderMathijs Hubert Fredrix1 ° 26 juli 1869
MoederMechtildes Schepers1 ° 31 oktober 1874
Stamkaartenafstammelingen van Godefridus Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Godefridus Fredrix [boxformaat]
GeboorteMathieu Hubert Fredrix werd geboren op 8 april 1900 te Elsloo [Nederland].1 

bronvermelding(en)

  1. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 7, 1900, geboorten, akte 15.

Mathijs Hubert Fredrix

IDnr.12127, ° 26 juli 1869
VaderJacobus Hubertus Fredrix1 ° 20 september 1821, + 5 maart 1894
MoederAnna Maria Sausen1 ° circa 1837, + 4 mei 1900
Stamkaartenafstammelingen van Godefridus Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Godefridus Fredrix [boxformaat]
NaamvariatieMathijs Hubert Fredrix werd ook Hendrik Hubert Fredrix genoemd. 
GeboorteHij werd geboren op 26 juli 1869 te Elsloo [Nederland].1 
HuwelijkHij huwde met Mechtildes Schepers, dochter van Nicolaas Schepers en Anna Catharina Stijnen, op 7 november 1896 te Elsloo [Nederland].2 

Familie

Mechtildes Schepers ° 31 okt 1874
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 5, 1869, geboorten, akte 19.
  2. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 18, 1896, huwelijken.
  3. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 6, 1897, geboorten, akte 22.
  4. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 6, 1898, geboorten, akte 33.
  5. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 7, 1900, geboorten, akte 15.
  6. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 24, 1907, overlijdens, akte 35.
  7. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 24, 1912, overlijdens, akte 22.
  8. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 24, 1913, overlijdens, akte 14.
  9. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 24, 1916, overlijdens, akte 15.
  10. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 24, 1916, overlijdens, akte 25.

Mathilda Maria Hubertina Fredrix

IDnr.12132, ° 20 april 1894, + na 1 februari 1927
VaderHubertus Fredrix1 ° 13 december 1862, + 10 augustus 1897
MoederMaria Elisabeth Van Mulken1 ° 2 oktober 1863, + na 21 december 1897
Stamkaartenafstammelingen van Godefridus Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Godefridus Fredrix [boxformaat]
GeboorteMathilda Maria Hubertina Fredrix werd geboren op 20 april 1894 te Elsloo [Nederland].1 
HuwelijkZij huwde met Theodoor Hubert Beckers, zoon van Christiaan Beckers en Maria Christina Hubertina Reubsaet, op 15 juli 1921 te Elsloo [Nederland].2 
OverlijdenZij overleed na 1 februari 1927 te Elsloo? [Nederland].3 

Familie

Theodoor Hubert Beckers ° 7 jun 1896, + na 1 feb 1927
Kind

bronvermelding(en)

  1. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 6, 1894, geboorten, akte 11.
  2. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 19, 1921, huwelijken.
  3. [S116] Burgerlijke Stand Elsloo, Regionaal Historisch Centrum Limburg, toegangnr. 12.024, inventarisnr. 25, 1926, overlijdens, akte 2.

Mattheus Fredrix

IDnr.342, ° 20 maart 1614, + 12 januari 1677
VaderArnoldus Frericx1 ° circa 1588, + 26 augustus 1657
MoederAnna Hoefmans1 ° circa 1590, + 28 maart 1666
Stamkaartenafstammelingen van Arnout Fredrix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Arnout Fredrix [boxformaat]
NaamvariatieMattheus Fredrix werd ook Matthijs Fredrix genoemd. 
DoopselHij werd gedoopt op 20 maart 1614 te Lummen [België] met als peter Vincentius Lijnen en als meter Helwidis Horiaens.1 
HuwelijkHij huwde met Anna Vanderheijden, dochter van Renerius Vanderheijden en Elisabeth Slegers, op 30 november 1646 te Hasselt [België].2
ErfenisJoannes Frederici en Mattheus Fredrix waren, samen met Georgius Frederici, Mathijs Mattheij, Anna Frederici, Maria Frederici, Arnoldus Busch, Renerus Millen, Anna Millen, Elisabeth Van Millen en Catharina Millen, op 20 juli 1666 te Hasselt [België] erfgenamen van Arnoldus Frericx en Anna Hoefmans. De akte verwijst ook naar Arnoldus Liefsoons en Arnoldus Millen als betrokken partij. Ze vermeldt verder ook Petrus Bus en Catharina Frederici. De akte luidt als volgt: 'Op 20 juli 1666 zijn voor mij Notaris en getuigen hieronder geschreven persoonlijk verschenen en gecompareerd Eerwaarde Heer en Meester Joannes Fredrix, Mathijs Fredrix, Joris Fredrix, Mathijs Matheuwis als man en momber van zijn vrouw Anna Fredrix, Aerdt Liefsoons als man en momber van zijn vrouw Maria Fredrix geassisteerd door Aerdt Bus, mede sprekende voor zijn andere zusters en broers, voorkinderen van de voornoemde Maria Fredrix, bij haar verwekt door Peeter Bus zaliger, en Aerdt Millen als vader en momber van zijn kinderen Renier, Anna, Lijsbeth en Catrien Millen, verwekt uit de schoot van Catlijn Fredrix. Samen kinderen en representanten van Aerdt Fredrix en Anna Hoefmans, beide zaliger. De goederen, cijnzen en renten die voornoemde ouders hebben achter gelaten, zijn na rijpe deliberatie en langdurig beraad in zes gelijke delen verdeeld, aangeduid met de letters A, B, C, D, E en F.
Na hierover gekaveld te hebben is het eerste deel, aangeduid met de letter A, gevallen aan Aerdt Liefsoons, zowel voor hem en zijn kinderen verwekt bij Maria Fredrix als voor de kinderen bij haar verwekt door Peeter Bus, bestaande uit de volgende percelen van erven en renten, te weten de winning waar Aerdt voornoemd woont Het bestaat uit twee ‘moeshoofkens', de dries of boomgaard, de ene gelegen te Groenlaren in Lummen, geschat op 800 gulden, de andere geschat op 400 gulden bl, de onderste Scijnenshof geschat op 600 gulden bl, de bovenste Scijnenshof, bovenop de lasten die erop staan, geschat op 900 gulden bl, het Wauterken geschat op 150 gulden bl, de Langenhof geschat op 250 gulden bl, het Passebosken geschat op 100 gulden bl, het Quaetbleuxken geschat op 100 gulden bl, het voorste Edbrouck geschat op 800 gulden bl, de Jonckhanensbampt geschat op 400 gulden bl, en het Peeterbrouxken geschat op 200 gulden bl. Vervolgens 27 gulden en vijf stuivers bl jaarlijkse rente en nog eens 25 gulden bl jaarlijks, beide staande op de gemeente Lummen. Verder 3 gulden bl jaarlijks op de panden van Jaspert Poelmans, ook van Lummen. (Nota: een totaal van 4700 gulden bl voor de onroerende goederen en 55 gulden en vijf stuivers bl jaarlijks aan renten).
Het tweede deel aangeduid met de letter B is gevallen aan Aerdt Millen voor zijn voornoemde kinderen, bestaande uit de hierna volgende percelen van erven en renten, te weten de winning van Aerdt Corthauts met het land, moeshof en boomgaard, te Groenlaren in Lummen gelegen, geschat op 300 gulden bl, de Heusarens geschat op 400 gulden bl, de Vrauwkenshof geschat op 200 gulden bl, het Heijken tegenover de voornoemde winning gelegen geschat op 100 gulden bl, de Reu geschat op 1000 gulden bl boven de last van een vat koren jaarlijks, de Huijsmansschom geschat op 400 gulden bl, het achterste Edbroek geschat op 600 gulden bl, het meken geschat op 200 gulden bl en de Gielisbampt geschat op 300 gulden bl. Vervolgens 7 gulden bl jaarlijkse rente op de panden van Aerdt Aerts van Leuven, 8 gulden bl jaarlijks op de panden van Frans Rubens van Stevoort, op de panden van Jan Vos van Spalbeek 16 gulden bl jaarlijks, op de panden van Jan Munters op de Kempense Heide drie vaten koren jaarlijks geschat op 4 gulden en 10 stuivers bl, op de panden van Jan Van der Linden van Schulen 7 gulden bl jaarlijks, op de panden van Jan van Tilborch 13 gulden en 14 stuivers bl jaarlijks en de panden van Hendrick Cleersnijders van Stevoort 25 gulden uit 50 gulden jaarlijks. (Nota: een totaal van 3500 gulden bl aan de onroerende goederen en 81 gulden en 4 stuivers bl jaarlijks aan renten).
Het derde deel aangeduid met de letter C is gevallen aan Mathijs Fredrix, bestaande uit de volgende percelen van erven en renten, te weten de winning, moeshof en de hof erachter gelegen in het Oostereinde van de Vrijhijt Lummen, geschat boven de lasten op 1300 gulden bl, het Lindekensveld achter het dorp geschat op 150 gulden bl, de Eijkenstock geschat op 300 gulden bl, de Berch geschat boven de last van een half vat koren aan Mr. Peeter Fredrix op 200 gulden bl, de Hoeleijcke geschat op 100 gulden, het hofken achter Deckers, het Stenaershofken en de Huijgenbos samen geschat op 250 gulden bl, de hoeve op het Oostereinde geschat boven de lasten van één 'kop' jaarlijks op 10 gulden bl, het Edbrouck achter het bos geschat op 800 gulden bl, de beide ‘bempdekens’ geschat op 400 gulden bl boven de last van 3 gulden jaarlijks onder correctie aan de kerk van Lummen, en het voorste en achterste middelbroek geschat op 400 gulden bl. Vervolgens 12 gulden bl jaarlijks op de panden van Lambrecht Jans, op de panden van Jan Hauen van Linkhout 3 gulden bl jaarlijks, op de panden van Peeter Klockluijders van Lummen 3 gulden bl jaarlijks, op de panden van Marten Wauters van Leuven 3 gulden bl geld en munten en 8 gulden bl jaarlijks, makende tesamen 13 gulden bl, op de panden van Hendrick Motmans van Kortessem 20 gulden uit 35 gulden bl jaarlijks, op de panden van Aerdt Klocklijers van Lummen 3 gulden jaarlijks, op de panden van Anthoon Lemmens van Molem 3 gulden bl jaarlijks, op de panden van Vaes Swaelen en Hendrick Remen van Geneiken 4 gulden bl jaarlijks en op de panden van Mr. Jacob Clerx van Lummen 6 gulden jaarlijks. (Nota: een totaal van 3910 gulden bl aan onroerende goederen en 65 gulden bl jaarlijks aan renten).
Het vierde deel aangeduid met de letter D is gevallen aan Joris Fredrix, bestaande uit de volgende percelen van erven en renten, te weten de hofstad in het dorp van Lummen, schuur, stalleken en moeshof geschat boven de lasten op 600 gulden bl, de heide met het bos erbij en de Kerckenbempt geschat boven de lasten van 3,5 vaten koren en 15 stuivers jaarlijks aan het begijnhof van Diest, op 1000 gulden jaarlijks, den Ikert geschat op 150 gulden bl, de helft van de schom van Marie Lijnen geschat op 50 gulden, den Peijl in Gestel met het bos en de bomen geschat op 400 gulden bl, het nieuwe bleuck dat Marten Wauters huurt geschat op 300 gulden bl, het Lindekensveld in Laren geschat op 150 gulden bl, de Langenbampt geschat op 600 gulden bl, de andere bampt in Laren die Aerdt Corthauts huurt geschat op 500 gulden bl. Vervolgens 12 gulden jaarlijks op de panden van Jan Roelants van Stevoort, op de panden van Hendrick Motmans van Kortessem 15 gulden zijnde de rest van 35 gulden jaarlijks, op de panden van Lucas Smans van Tiewinkel 5 gulden bl jaarlijks, op de panden van Michiel Reijnders van Lummen 3 gulden 10 stuivers bl jaarlijks, op de panden van Meuwis Scepers van Leuven 3 gulden 10 stuivers jaarlijks, op de panden van Willem Thonis van Gestel 5 gulden bl jaarlijks, op de panden van Peeter Engelbrechts van Tuijlt 10 gulden bl jaarlijks, op de panden van Catlijn Timmermans van Linkhout 15 gulden 10 stuivers jaarlijks en op de panden van Heer Laurens van Meuwen van Schulen, nu Jan Hoens 2 gulden 10 stuivers jaarlijks. (Nota: een totaal van 3750 gulden bl voor de onroerende goederen en 72 gulden stuivers bl jaarlijks aan renten).
(In de marge staat de volgende nota). Joris Fredrix heeft van zijn moeder reeds 25 gulden jaarlijks genoten en hiermee is al rekening gehouden).
Het vijfde deel aangeduid met de letter E is gevallen aan Mathijs Mateuwis, bestaande uit de volgende percelen van erven en renten, te weten de Baltishoeve in Tuijlt geschat op 1200 gulden bl, het Bausenhofken in Kermt geschat op 100 gulden bl, het Mishooffken in Tuijlt geschat boven de lasten op 400 gulden bl, de bempt en het land ernaast in Busselken te Stevoort gelegen geschat boven de last van 16 stuivers jaarlijks op 1000 gulden bl; het Scossautbos in Mellaar geschat op 100 gulden bl, de bempt omtrent Heusden geschat op 200 gulden bl, de schom in Linkhout geschat op 150 gulden bl, het broek achter de molen te weten de bampt op de Demer in het Lummens broek, de wisselbampt tegen Peeter Aerts en de Rausen Penninck tesamen geschat op 300 gulden bl, de Goorkuijlen geschat op 50 gulden, het eikenbos achter Kuringen geschat boven de lasten van 37 stuivers jaarlijks en de drie bomen die daar uit gehouwen moeten worden op 300 gulden bl. Vervolgens op de panden eertijds van Claes Bijsmans nu Jan Vrerix en consorten 15 gulden bl jaarlijks, op de panden van Mathijs Joris van Lummen 35 gulden bl jaarlijks, op de panden van Hendrick Greffers van Linkhout 2 gulden bl jaarlijks, op de panden van Jan van Schoenbeeck van Linkhout 3 gulden bl jaarlijks, op de panden van Hendrick Slegers van Stokrooi 2 gulden bl jaarlijks, op de panden van Jan Coex van Kermt 4 gulden bl, op de panden van Jan Peermans nu van Jan Engelen van Linkhout 4 gulden 12 stuivers bl jaarlijks, op de panden van Govert Slaechs van Linkhout nu van Jan Spilborch van Linkhout 4 gulden 12 stuivers bl jaarlijks, op de panden van Hendrick Cleersnijders van Stevoort 25 uit 50 gulden bl jaarlijks. (Nota: een totaal van 3800 gulden bl voor de onroerende goederen en 95 gulden 4 stuivers bl jaarlijks aan renten).
Het zesde deel aangeduid met de letter F is gevallen aan Eerwaarde Heer Jan Fredrix, bestaande uit de volgende percelen van erven en renten, te weten het huis en aanhang in Hasselt gelegen ‘daar de condividenten elders uitgestorven zijn’ geschat met de last van 17 gulden en 12 stuivers min één oort op 3000 gulden bl, de Jorisbleuck in Geneiken geschat op 400 gulden bl, het land in Geneiken dat Hendrick Van den Velde huurt geschat op 200 gulden bl, het land in Bolderberg met een rente van 8 gulden jaarlijks aan Peeter Pinxten geschat op 500 gulden. Vervolgens op de panden van Jaspert Mantels van Zonhoven 25 gulden 5 stuivers bl jaarlijks, op de panden van Hendrick Swinnen van Kermt 20 gulden 10 stuivers bl jaarlijks. Een stuk land buiten de Trichterpoort gelegen met de daarop staande vruchten geschat boven de last van 4,5 vaten koren op 200 gulden bl, op de panden van Tielman Van Heele van Lummen nu van Jan Fredrix 6 gulden bl jaarlijks, op de panden van Jan van Schoenbeeck van Hasselt een vat koren jaarlijks geschat op 30 gulden en op de panden van Lucas Geerts van Leuven 1 gulden jaarlijks. (Nota: een totaal van 4300 gulden bl voor de onroerende goederen en 82 gulden 15 stuivers bl jaarlijks aan renten).
Zo gesteld en gekaveld heeft iedereen zijn deel gekregen met als getuigen de eerzame Lambrecht Kelleneers en Margriet Wijsenraets. Was getekend: Cor. Caproens.3'
OverlijdenHij overleed op 12 januari 1677 te Kuringen [België] in de ouderdom van 62 jaar.4
ReliefNa het overlijden van Mattheus Fredrix en Anna Vanderheijden releveren Joannes Fredrix en Anna Fredrix op 1 april 1677 te Lummen [België] . De akte luidt als volgt: 'Jan Fredrix met zijn zuster releveren de goederen die hen aangekomen zijn na de dood van hun ouders: een stuk land geheten 'die Holl Eijck' en al wat hier sortabel is.5' 
AflossingDe leningsovereenkomst van Joannes Fredrix en Anna Fredrix met Elisabeth Swaelen en Matheus Tielens, geacteerd te Lummen [België] op 1 april 1677, vermeldt eveneens Mattheus Fredrix; 40 gulden.6 

Familie

Anna Vanderheijden ° 8 okt 1622, + voor 1 apr 1677
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 547, 1614, doopsels, p.113.
  2. [S21] Parochieregisters Hasselt, Rijksarchief Hasselt, 1647, doopsels, p.243.
  3. [S40] Schepenbank Hasselt - Civiel Luiks Recht, Rijksarchief Hasselt, dossier nr. 974.
  4. [S413] Parochieregisters Kuringen, Rijksarchief Hasselt, 1677, overlijdens, p.33v.
  5. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 86, 1677, p.92.
  6. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek nr. 86, 1677, p.92v.
  7. [S413] Parochieregisters Kuringen, Rijksarchief Hasselt, 1648, doopsels, p.18.
  8. [S413] Parochieregisters Kuringen, Rijksarchief Hasselt, 1651, doopsels, p.28v.
  9. [S413] Parochieregisters Kuringen, Rijksarchief Hasselt, 1657, doopsels, p.42.

Matthias Fredrix

IDnr.510, ° circa 1645, + na 6 juni 1699
VaderArnoldus Fredricx ° voor 1615, + 12 augustus 1677
MoederAgnes Aerdts ° 1 januari 1619, + voor 11 september 1677
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
DoopselMatthias Fredrix werd gedoopt circa 1645 te Meldert? [België].1 
HuwelijkHij was getuige bij het huwelijk van Anna Fredrickx en Paulus Rutten op 3 februari 1671 te Zelem [België].2
StrafrechtHij was te Meldert [België] betrokken bij de volgende volgende strafrechterlijke gebeurtenis op 23 maart 1677: 'De 'genachten' gehouden op 13 maart 1677.
De heer officier klaagt als eerste Mathijs Fredrix aan. Een van de schepenen, Jan Aerdts, had Mathijs Fredrix tijdens de vorige gewone zitting niet ontzien. Toen schepen Jan Aerdts zijn functie had vervuld en na de zitting huiswaarts keerde, heeft Mathijs Fredrix hem daarom geaffronteerd, gestoten en geslagen, zodanig dat het bloed langs zijn hoofd afliep. Daarom veroordeelt de officier Mathijs Fredrix tot een boete van 50 goudguldens of een andere straf, die den eerzame schepen billijk lijkt voor zulke zaak.3'
DoopselHij was peter bij het doopsel van Anna Moons op 19 maart 1682 te Beringen [België]; Christianus Meijen vervangt Mathias Fredrickx als peter.4
HuwelijkHij huwde met Maria Vaneerdewegh, dochter van Arnold Vaneerdewegh en Elisabeth Aerts, op 17 augustus 1682 te Meldert [België] met als getuigen Arnoldus Moons, Arnoldus Fredricx, Petrus Marien en Joannes Aerts. De akte vermeldt: 'De ondertrouw wordt gedaan op 8 augustus met als getuigen Arnoldus Moens en Arnoldus Fredrix. De getuigen bij het huwelijk zijn Petrus Marien en Joannes Aerts.5'
LeningAnthonius Scholasters leende aan Matthias Fredrix de som van 200 gulden aan 6,25% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Diest [België] op 11 augustus 1685. Deze verwijst ook naar Adriaan De Reijt, Joannes Vanden Berghe en Aert Rumenaerts als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Matthijs Fredericx legt een notariële akte voor d.d. 11.08.1685, ondertekend door notaris Adr. De Reijt, en verzoekt realisatie en approbatie. Bij de notaris in Diest verschenen Matthijs Frederix en Maria Vanden Erdenwech, wettig gehuwden en inwoners van Lummen. Ze verklaren uit handen van de heer Anthonius Scholasters, rentmeester van het begijnhof binnen Diest, de som van 200 gulden bb permissiegeld ontvangen te hebben. Ze zullen er jaarlijks de intrest voor betalen ten penninck sesthien, dus een jaarlijkse rente van 12 gulden 10 stuivers. De rente moet jaarlijks betaald worden in Diest in het huis van de rentmeester, ten profijt van de kerk van het begijnhof. Tot pand en onderpand van deze rente stellen ze hun goederen onder Lummen gelegen, ten Loonse natuur: ‘den Reghenbempt’ 3 sillen groot, palend O. Claes Nijs, de erfgenamen van Jan Henricx W., de beek N., s’ heeren straet Z; ‘den Peerts Bempt’ 1,5 sille groot, palend O. de erfgenamen Henrick Peeters, Willem Bervoets W., de beek N; ‘het Hofflant’ 4 halsteren saijens groot, grenzend de erfgenamen Lambrecht Claes O., de heer prelaat van Averboede W., Laurijs Pincxten N; ‘die Brempeschomme’, 3 halsters zaaiens groot, palend O. Laurijs Pincxten, W. de erfgenamen Henrick Peeters, Z. het ‘Hofflant’ voorschreven. Al deze panden zijn los en vrij en enkel met cijns belast. Indien tijdig betaald wordt, op de valdag of binnen 14 dagen erna, zal 5% intrest volstaan, zodat er maar 10 gulden moeten betaald worden. Ingeval van achterstallige betalingen, mag de rentmeester de goederen openbaar verkopen met 2 behoorlijke zitdagen van 14 dagen tot 14 dagen, zonder daartoe andere rechtsvorderingen voor te moeten gebruiken. (renunciatie van alle privileges waaronder alle vrije merckdaeghen?). Opgemaakt in aanwezigheid van de E.H. Joannes Vanden Berghe, deken van St.-Janskapittel in Diest en mr. Aert Rumenaerts. Fredricx tekent, zijn vrouw tekent slechts met een kruis.6' 
EigendomJan Van Postel verkocht een goed aan Matthias Fredrix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 31 maart 1689. De akte luidt als volgt: 'Jan Van Postel draagt op tot behoef van Mattijs Fredrix, in mangeling erf op erf, zijn deel in 't Steenselbroeck en d' Eviestoppelen gelegen in Gestel, zoals hij het ongeveer een jaar geleden gekocht heeft van Peeter Schoogen. Het geheel Steenselbroeck paalt Michiel Fredrix W., Mattijs Persoons O., de beek Z. Het land grenst aan de erfgenamen van Willem Geerts Z., de straat N., Michiel Pauwels met de helft van de steeg O. Mattijs Fredrix van zijn kant draagt de helft van de Pertsbempt in Gestel gelegen op. Deze paalt W. Willem Bervoets, O. de erfgenamen van Henric Peeters, N. de beek, de straat Z. Jan van Postel moet aan Mattijs Fredrix nog 50 gulden BBL eens opleggen. Fredrix heeft dit geld ontvangen.7' 
LeningMatthias Fredrix leende aan Wilbort Van Eijnde de som van 150 gulden aan 5,5% intrest per jaar volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 8 februari 1691. Deze verwijst ook naar Cornelius Fredrix als betrokken partij. De akte luidt als volgt: 'Mattues Fredrix draagt op en transporteert tot behoef van Cornelis Fredrix een rente van 8 gulden 5 stuivers jaarlijks, kapitaal 150 gulden, staand op de panden van Wilbort Vanden Eijnde van Meldelaer. Mattues verklaart de som van 120 gulden ontvangen te hebben en de opdrager reserveert zich de intrest van dit lopende jaar op half maart te vallen. Na het transporteren van Mattues Fredrix is Cornelis Fredrix in de voorschreven rente met recht ter gichten gekomen en is 'in hoeden gekeert'.8' 
EigendomMatthias Fredrix verkocht een goed aan Michiel Claes volgens een akte gemaakt te Hasselt [België] op 18 juni 1693. De akte luidt als volgt: 'Cos. Nicolai, notaris, legt een akte voor van een publieke verkoop door Mattijs Fredrix. Verkoop met 3 zitdagen en uitgang van de brandende kaars. Verkoop van weide den Regenbempt in Gestel (Loons Lummen), palend O. Paulus Nijs, W. de erfgenamen Henric Peeters. Belast met 100 gulden BBL aan de kerk of anniversarien van Lummen (er staat bijgeschreven dat het 5 gulden/jaar is aan de kerk) en met 200 gulden kapitaal (Brabants oft Coninx gelde iedere gulden aan 20 stuivers) aan het begijnhof van Diest. Regeling voor hooi en 'achtermaet', dit jaar half en half. De houtwas op het pand is half en half te houwen in 1694. Lasten dit jaar half en half dragen. De palmslag werd gegeven aan Michiel Claes voor 520 gulden BB, godsgeld 5 stuivers aan de Rozenkrans van Beringen, 1 hollantsen scellinck aan het H. Sacraments autaer in Lummen. Michiel Claes zet nog 2 hogen van 2 gulden. Mattijs Scranen doet 1 hoge beter. Michiel Claes gaat er met 50 extra hogen over. Opgemaakt op 22.05.1693 in het huis van Jan Dirix in Lummen. Getuigen: Jan Dirix en Jan Scrijken. Op 25.05.1693 zet Michael Claes 50 hogen erbij voor getuigen Arnold Beckers en Franciscus Cronaerts. Op 18.06.1693 is het kaarsbranding en de koop verbleef aan Michiel Claes.9' 
EigendomMatthias Fredrix verkocht een goed aan Michiel Claes volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 13 januari 1694. De akte luidt als volgt: 'Mattijs Fredrix verklaart van Michiel Claes het geld van een verkoop ontvangen te hebben. Het betreft 'den Regenbempt' in Gestel gelegen. De gicht is gepasseerd op 18.06.1693. Fredrix heeft tot ontlasting van het pand en van de koper de rente van 5 gulden 's jaars, kapitaal 100 gulden BBL eens, tot zijn last genomen die de kerk van Lummen op het verkochte pand hebben. Hij affecteert deze rente op een stuk land in Gestel 'het Hooflant', palend de prelaat van Everbode W., Lambrecht Claes erfgenamen O., Jacob Kelchtermans N., Laureijs Pinxten Z. Hij heeft van Claes de rente ontvangen.10' 
AflossingDe leningsovereenkomst van Anthonius Scholasters met Michiel Claes, geacteerd te Lummen [België] op 13 januari 1694, vermeldt eveneens Matthias Fredrix; 200 gulden.11 
EigendomMatthias Fredrix verkocht een goed aan Jan Dirix volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 16 juni 1695. De akte luidt als volgt: 'Mattijs Fredrix verkoopt aan Jan Dirix zijn deel, namelijk 1/6 part, in een perceel broek in Gestel 'het Steensel Broeck'. Het geheel paalt aan Mattijs Persoons erfgenamen O., de Winterbeeck Z., Peeter Vanden Eerdewech N. Verkocht voor 35 gulden BB eens.12' 
OverlijdenHij overleed na 6 juni 1699 te Lummen? [België].13 

Familie

Maria Vaneerdewegh ° 10 mei 1659, + na 22 apr 1711
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 88, p.80r.
  2. [S11] Parochieregisters Zelem, Rijksarchief Hasselt, boek 1091, p.245.
  3. [S65] Schepenbank Meldert, Rijksarchief Hasselt, boek 4, p.17v.
  4. [S8] Parochieregisters Beringen, Rijksarchief Hasselt, boek 53, 1682, doopsels, p.54.
  5. [S10] Parochieregisters Meldert, Rijksarchief Hasselt, boek 600, huwelijken, p.70.
  6. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 87, 1685-1691, p.218.
  7. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 87, 1685-1691, p.318r.
  8. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 87, 1685-1691, p.361r.
  9. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 88, p.62v.
  10. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 88, 1694, p.80.
  11. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 88, 1694, p.80v.
  12. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 88, p.113v.
  13. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 549, p.142 (p.72).

Matthias Fredrix

IDnr.3828, ° circa 1628, + 23 november 1664
VaderPeter Fredricx1 ° voor 1595, + tussen 19 september 1652 en 26 april 1657
MoederN. (eerste vrouw) N.1 ° circa 1600, + na 1633
Stamkaartenafstammelingen van Matteeuwis Frerix [uitklapbaar formaat]
afstammelingen van Matteeuwis Frerix [boxformaat]
DoopselMatthias Fredrix werd gedoopt circa 1628 te Paal? [België].1 
Gebeurtenis Vindt de 'emancipatie' plaats door vader.1
HuwelijkHij huwde met Anna Reijnders, dochter van Michael Reijnders en Joanna Lavreijs, op 16 januari 1656 te Tessenderlo [België] met als getuigen Paulus Reijnders en Lambertus Reijnders.2
EigendomPetrus Fredrix verkocht een goed aan Matthias Fredrix volgens een akte gemaakt op 26 april 1657. Ze vermeldt verder ook Henrick Pelsers. De akte luidt als volgt: 'Anno 1657 op 26 april heeft Peter Fredericx 'in vercoopenis opgedraghen tot behoeff van' zijn broer Mattheus Frericxs zijn kindsdeel, 'daer hij tegenwoordich meester aff is' [?]. [Het gaat om zijn deel] in het schanshuis, in de hoffstadt te Paal en in het 'zilleken landts', regenoten Hendricxs Pelsers aan twee zijden en dat voor de som van 119 gulden. 'Lijcoop' na 'lantcoop', goedtsgeldt 2 stuivers. Na de 'opdrachte' en warantschappe van Peter voorschreven is Mattheus ter gicht gekomen volgens het recht van onze [schepen]bank en 'is in hoeden gekeert'.3'
EigendomJacobus Fredrix verkocht een goed aan Matthias Fredrix volgens een akte gemaakt te Beringen [België] op 4 april 1658. De akte luidt als volgt: 'Anno 1658 op 4 april heeft Jacob Fredericx 'opgedraghen tot behoeff van' zijn broer Mattheus Frericxs zijn kindsdeel, dat hem na de dood van zijn ouders is aangestorven. 'Signanter' zijn deel in de 'hoffstadt', in het schanshuis en in het 'silleken landts', alles te Paal gelegen, en dat voor de som van 108 gulden, die Jacob verklaart uit handen van zijn broet te hebben ontvangen. 'Lijcoop' na 'lantcoop', goedtsgeldt 5 stuivers. Na de 'opdrachte' van Jacob Fredericx is Mattheus ter gicht gekomen met recht en 'is in hoeden gekeert'.4'
ReliefNa het overlijden van Tilmanus Fredricx releveren Arnoldus Fredrix, Maria Fredrix, Matthias Fredrix, Joannes Fredrix en Henricus Van Haeckendover op 21 oktober 1660 te Lummen [België] . De akte vermeldt verder ook Lambrecht Truijens, Matteeuwis Dries, Jan Gielis, Aerdt Van Uytricht en Vincent Reijnders. De akte luidt als volgt: 'Matteeuwis, Aerdt en Jan Fredrix en Jan Van Haeckendover man en momber van (Marie?) Frerix releveren het versterf dat op hen is verstorven na de dood van hun broer Tielman Fredricx. Het gaat om “den Hagendoren Hoff” in Laren, een beemd in Meldelaer, “den Halmael”, 5 gulden jaarlijks aan panden van Lambrecht Truijens, 7 gulden 10 stuivers jaarlijks aan panden van Matteeuwis Dries, 5 gulden jaarlijks aan panden van Jan Gielis, aan panden van Aerdt Van Uytricht 3 gulden, 5 gulden aan Vincent Reijnders panden.5' 
MilitieHij was rotgezel in 1661 in Hulst te Tessenderlo [België]. 
HuwelijkHij was getuige bij het huwelijk van Joannes Fredrix en Maria Van Ham op 12 juni 1661 te Lummen [België]; Het huwelijk werd ingezegend met 'het rode zegel'.6 
EigendomMatthias Fredrix verkocht een goed aan Elisabeth Timmermans volgens een akte gemaakt te Lummen [België] op 23 maart 1662. Ze vermeldt verder ook Lenardt Vanden Vinne en Jan Vanden Laer. De akte luidt als volgt: 'Matteus Fredricx draagt op tot behoef van Elisabeth Timmermans het goed beschreven in de onderstaande conditie. Elisabeth kwam met recht ter gichte.
Conditie waarop Matteus Fredricx een stuk land in Laren gelegen zal verkopen. Het grenst "den Hagedoren Hoff" W, Peeter Kelchtermans en Reynder Timmermans N. Het goed wordt verkocht met "kerckengeboth", hogen en brandende kaars. Iedere hoge geldt 2 gulden, te verdelen half en half tussen verkoper en hoger. Het goed is belast met 1 stuiver grondcijns en verder niet. De laatste hoger moet alle verkoopsonkosten betalen zoals pontpenningen, kaarsgeld, conditiegeld 6 schellingen, godspenninck 5 stuivers, lijcoop naer landtcoop enzovoort. Op datum van gichte moet 300 gulden betaald worden en de rest op de dag van verjaren.
Op 9 maart bood Elisabeth Timmermans 440 gulden en 7 gulden als kermis voor de verkopers huisvrouw. Ze kreeg ervoor de palmslag en zette 18 hogen. Getuigen: Aerdt Stijls en Lenaerdt Vanden Vin. Attestor notaris J. Vanden Laer. Valentijn Diericx stelde aansluitend 2 hogen en Elisabeth nog 1. Op 23 maart werd de kaars wettelijk ontstoken en gebannen. Bij de uitgang bleef de koop aan Elisabeth Timmermans.7'
 
OverlijdenHij overleed op 23 november 1664 in Rodeheide te Tessenderlo [België].8 
ReliefNa het overlijden van Matthias Fredrix en Anna Reijnders releveren Joannes Fredrix op 12 januari 1677 te Lummen [België] . De akte luidt als volgt: 'Jan Fredrix als momber van de kinderen van Mattheus Fredrix releveert de goederen die op de kinderen verstorven zijn na de dood van hun ouders: een erfve geheten 'het Auwoort', palend Dries Bervoets Willems sone O., Jan Thonis Van Meldert Z; nog een stuk land gelegen aan de Aude Straet.9' 

Familie

Anna Reijnders ° 9 apr 1621, + 1 okt 1676
Kinderen

bronvermelding(en)

  1. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1650, boek 40, p.264.
  2. [S14] Parochieregisters Tessenderlo, Rijksarchief Hasselt, 1656, huwelijken, p.89.
  3. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1662, boek 41, p.207.
  4. [S145] Schepenbank Beringen, Rijksarchief Hasselt, 1658, boek 41, p.99.
  5. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek nr. 85, 1660, p.294.
  6. [S2] Parochieregisters Lummen, Rijksarchief Hasselt, boek 553, p.70 (p.37).
  7. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek 85, 1662, p.445.
  8. [S14] Parochieregisters Tessenderlo, Rijksarchief Hasselt, boek 924, 1664, overlijdens, p.2.
  9. [S7] Schepenbank Lummen - Loons Recht buiten Vrijheid - Gichten, Rijksarchief Hasselt, boek nr. 86, 1677, p.72r.
  10. [S14] Parochieregisters Tessenderlo, Rijksarchief Hasselt, boek 917, 1656, doopsels, p.65.
  11. [S14] Parochieregisters Tessenderlo, Rijksarchief Hasselt, boek 917, 1661, doopsels, p.140.